Waarde!

Niet zozeer van nul en generlei waarde, maar meer een situatie waar ik me voor een deel simpelweg bij neer moet leggen. Waar ooit het gemak de mens diende, is het nu voornamelijk het ongemak wat mij op de been houdt. Maar ook daar valt mee te leven, hoewel wanneer ik wederom onderuit ga geeft dat toch de nodige bedenkingen. Jawel, wederom een longontsteking, de antibiotica staat tot mijn beschikking en wanneer ook deze kuur achter de rug is, hoop ik ook dat de uitslagen bevredigend zullen zijn. Maar ook dat heb ik niet voor het kiezen, edoch wanneer mijn behoefte aan eten toe gaat nemen, kan het haast niet anders dan dat dit mijn weerstand zal gaan verhogen. Goede bedoelingen dan wel voornemens maken immers deel uit van het geheel. Ik heb het er nu maar even mee te doen, wanneer de huisarts in mijn nabijheid verkeert, hoef ik me daar niet druk om te maken. En laat ik nog steeds iets van mij zien!

Soms kun je jezelf behoorlijk in de weg gaan zitten. En roept dit bij mij de volgende vragen op: ‘waar is toch die dekselse kwajongen gebleven?’ Of de volgende: ’tijdens alle schermutselingen in mijn jonge leven heb ik mij een weg weten te banen door het oerwoud van tegenstrijdigheden.’ Zomaar wat gedachten die, nu ik steeds ouder ben, als rijpe vruchten op het punt van uitbarsten staan. Niet dat ik verlegen zit om een praatje, maar wanneer herinneringen opdoemen in mijn huidige tijd, heeft het ook te maken met het gegeven dat de dood steeds dichterbij komt. Zeker wanneer de broer van mijn zwager is overleden op een leeftijd die vele jaren jonger is dan die van mij. En wanneer ik zijdelings de geschiedenis van zijn leven laat passeren, kan ik niet veel meer zeggen dan dat hij er op het einde een ‘puinhoop’ van heeft gemaakt. Hij zal niet de enige zijn die de nodige kommer en kwel heeft moeten doorstaan. En hoeveel onbekende anderen delen een vergelijkbaar leven? Ik kan mij gelukkig prijzen met het feit dat wij nog bij elkaar zijn, dat ik door mijn huidige fysieke gestel wel wat van mijn partner vraag en dat mijn huisarts met medicijnen weet in te grijpen. Dat dit mij deugd doet is welzeker, maar dat ik gelijktijdig het gevoel mezelf in de weg te zitten, ook daar kan ik niet omheen. Met andere woorden: liggend op de bank en regelmatig in bed dwarrelen gedachten door mijn geest. Dat deze niet altijd even heilzaam zijn, ook dat is een feit. Maar dat ik gelijktijdig stug doorga, ook dat is een gegeven. Dus wat let mij om weer eens een gedicht het levenslicht te laten aanschouwen? Raak ik mogelijk een snaar welke aan het trillen gaat. En voor ik het goed en wel besef komt er een onhoorbaar muziekstuk tevoorschijn.

Waarbij de woorden er mogelijk minder toe doen, de klanken zich kleurrijk gaan openbaren!