Verklaren.
Niet te verklaren betekent vast onverklaarbaar. Want wat schiet je ermee op wanneer ‘onderliggend lijden’ een uitspraak is waar je niets mee kan? Ik bedoel daarmee te zeggen dat dit nog steeds een gegeven is waar ik al een tijdlang mee tobber. Alle goede bedoelingen ten spijt, een keur van zorgverleners staat voor mij klaar en de enige die van wanten (niet) weet ben ik zelf. Uitslagen die mogelijk een bevestiging zijn van vermoedens, alleen de vermoedens laten dan weer op zich wachten. De kans bestaat dat… en vul de rest dan weer zelf in. Gammel is mogelijk de afgelopen dagen van toepassing en de voorbodes wijzen ook wat in die richting. Om dan maar te zwijgen over het afbrokkelende gedeelte in mijn mond. Kiezen hebben het voortouw genomen en tanden doen er alles aan om dit proces te gaan volgen. Ouderdom en verval zijn vrienden van elkaar. Dat ze beiden iets gemeen hebben is dan weer duidelijk. Maar wat schiet ik op met zeuren en klagen? Hooguit dat ik mezelf nog meer in de weg zit. Dat neemt niet weg dat ik me toch nog gedeeltelijk weet te vermaken. Dat wil zeggen dat ik mijn frustraties kanaliseer, dat ik zo af en toe mijn schouders ophaal en aan een tekst denk onder de noemer ‘kom Kees het is maar tijdelijk, zal wel weer overgaan…’ ook dat geeft mij de ruimte om zaken te overdenken. Of dat ik een boek ter hand neem die mij in een andere wereld terecht laat komen. Ook dat zorgt voor een tijdelijke verrijking, terwijl een bepaald gevoel van lusteloosheid zich van mij meester maakt. Schiet ik daar wat mee op? Welzeker niet! Zijn er dan mogelijk ook nog andere opties? Waarschijnlijk wel maar ik zie ze niet. Dat neemt niet weg dat de weg welke ik bewandel nog steeds de moeite waard blijkt te zijn, was het alleen maar om mijn gram ergens te deponeren.
Laat niet als dank uw schillen en uw dozen, langs de kant van de weg staan!