Kleine jongen…

Het zal altijd wel ergens goed voor zijn: vraag en aanbod. Nu is de vraag die ik stel niet eens zo moeilijk, het aanbod daarentegen niet gering en wanneer er sprake is van een deal dan ga ik denken aan: is het mij dit wel waard?! Maar dan heb ik reeds gehandeld en is de laatste vraag in feite overbodig en gaat het mij blijkbaar vooral om de ‘hep’ terwijl er ook veel wezenlijker dingen kunnen zijn die mijn aandacht zouden dienen te krijgen. Verven bijvoorbeeld, het huis onderhouden maar waar ik dan steeds mee te maken krijg is die kleine jongen die nog steeds schuil gaat ergens in mijn zijn. Dat jochie met die korte broek die eindeloos met zijn Dinky Toys kon spelen, die directeur was van een imaginair circus en die complete transportbedrijven bij elkaar verzamelde.

En die uiteindelijk, alles in dozen opslaat om op dat andere moment… maar daar heb ik het al eerder over gehad.


Nu ben ik weer bezig met Joost S, met Kamargurka, met Arlette Gruss, Sarrasani, Busch en Bertram Mills. Met programmaboekjes, met parafernalia waar ik mijn nabestaanden op termijn mee ga opzadelen, maar waar ik nog steeds voldoening uit haal.


Het leven is nu eenmaal niet alleen kort en bondig, het zijn juist deze smaakmakers die mij geregeld op een ander spoor weten te zetten, waar ik naar hunker en vooral plezier aan beleef. En dat be leven doet ‘t ‘m. Om maar even kort door de bocht te gaan. Het zijn dan ook geen luchtkasten die ik bouw ik houd het simpelweg bij aardse dingen waar je uiteindelijk geen moer aan hebt. Maar een ding stelt me gerust: de wetenschap dat er nog anderen zijn die dezelfde onnodige noodzaak van die vreemdsoortige dingen inzien. En da’s dan weer de mazzel die ik met die onbekende hen kan delen!