hein

Hoofd, hals, romp en ledematen. Simpel. Anders wordt het indien de grote lijnen om een nadere invulling vragen. Want waar laat ik, bijvoorbeeld het slokmechanisme” Om over de stem maar even te zwijgen. Laat staan dat de duisternis van mijn hersenpan een uitweg zou kunnen gaan zoeken. Als niet eens zo lang geleden. In een stel dat situatie.
Stel dat Hein aan de deur klopt en mij meedeelt dat het “Hora est” wordt ingeruild voor een “Hora finita”of voor een simpelweg ‘de tijd is verstreken’, wat zou er op dat moment nog kunnen spelen”
Geen mogelijkheid die mij dan nog geboden wordt een uitweg te gaan vinden. Want het is dan zo finaal. Geen reden om de zaak nog vanuit een ander standpunt te gaan beschouwen, want er is geen mogelijkheid om te onderhandelen. Een eenvoudig bij de gegeven situatie neer gaan leggen” Ik ben bang van wel. En nederigheid zal zich, juist op dat tijdstip, voordoen. Wat moet Eise Eisinga dan niet allemaal bedacht hebben, toen het zijn tijd was”
De man heeft, na zeven jaar van noeste arbeid (1774 – 1781) zijn planetarium kunnen voltooien. De reden was een conjunctie (samenvoeging) van de maan en de planeten Mercurius, Venus, Mars en Jupiter. Voorspeld door dominee Eelco Alta uit Bozun zouden deze hemellichamen op 8 mei 1774 op elkaar botsen. De aarde zou hierdoor uit haar baan worden geslingerd en zou in de zon verbranden. Er zou geen leven meer zijn. Alles wat wij nu beleven is dan dood. En Hein hoefde niet langer het boek te raadplegen. Hij zou zijn boeken kunnen sluiten en er zou rust heersen in het heelal. De sterren zouden een voor een hun licht verliezen en de vraag of het heelal nog steeds uitdijt, zou verloren gaan. Het licht gedoofd en een einde aan het menselijk lijden.
Kort door de bocht zijn het wel gedachten die zich van mijn brein meester proberen te maken. Dat alles relatief is, in onbepaalde zin een gotspe, maar juist de onbeschaamdheid van dat woord maakt het gelijktijdig intrigerend. Het haalt de schoonheid onderuit en alles wat waarde kan hebben staat ter discussie. Niet eens door de vraag of dit weerloos dan wel kwetsbaar zou kunnen zijn.
Een beetje lastig te volgen” Dat zou heel goed kunnen. Het heeft veel weg van wat gedraai in een pispot. Een beetje om de drol heen keutelen. Veel van de last van een zijn. In die zin dat ik me regelmatig bewust ben van mijn zijn, en dit gelijktijdig weet te vermijden. De vragen die zich voordoen en de antwoorden die ik nalaat. De ruimte die ik inneem en de leegte die ik nalaat. Althans dat gevoel wat zich voordoet. Maar ook dat kan ik wel helemaal verkeerd hebben. Misschien doe ik er goed aan daar wat minder aandacht aan te schenken. Mijn pad wat eenvoudiger voor te stellen en gaandeweg nieuwe wegen te betreden. Want de noemer van wikswegen mag dan wat eenvoudig zijn, maar zonder prikkels is het bepaaldelijk kleurloos. Laat ik voor een derde keer na om deze woorden van een plaatje te voorzien” Laat ik deze tekst zijn voor wat deze is” Een golfbeweging in die eindeloze stroom” Het Panta Rhei waar ik nog steeds deel van uitmaak” En Hein die ik wel weet en regelmatig vanuit een ooghoek aanschouw, maar waar ik me verder weinig gelegen aan laat liggen. Het gaat nu eenmaal regelmatig over licht. En nog regelmatiger over donker. Het was Gerard die mij daar gisteren op attendeerde: ‘Wik, wat zijn je foto’s somber.’
Ik zag het niet zo. Maar als ik even terugkijk…