Wanneer…

De kat verwijt de roodkoperen ketel tot die groen ziet. Op zich niet zo verwonderlijk, wanneer je uitgaat van het gegeven dat koper uiteindelijk oxideert. Waardoor een groen beslag zichtbaar wordt, hetgeen de glans verloren laat gaan. En voor wat betreft de glans hoef ik dit keer niet garant te staan. Gelijk ik vanmiddag wat imaginaire wolkjes zag verschijnen, voor ze als zeepbellen uit elkaar spatten. Wolkjes van geluk, van prettige omstandigheden voor ze een gedeeltelijk rampspoed neder lieten dalen. Maar feitelijk constateer ik dat ik wat lusteloos ben. Een andere omschrijving valt bepaald niet in goede aarde. Eigenlijk kringel ik maar wat rond. Gelukkig in mijn gedachten, want ik moet er niet aan denken om dit kringelen fysiek te gaan doen. Hooguit kom ik de deur uit voor een enkele boodschap, buig ik me over een gestampte pot en snijd een halve worst in zodanige stukjes dat die geenszins zorg kunnen dragen voor een vol mondgevoel. Zal wel wat met de huidige omstandigheden van doen hebben. De kaart is vandaag gearriveerd, de tekst als zodanig was al bekend en het moment waarop het finale afscheid zal gaan plaatsvinden in tijd aangegeven. Op mijn eigen wijze draag ik bij in de rouw. De rouw van anderen die zich toch ook bij mij voordoet. En het moet gezegd zijn: ik vind het tot nu toe heel prettig om dit gevoel van me af te kunnen schrijven. Heb echter ook de overtuiging dat op een ander moment het lusteloze verdwijnt en dat de dag van mijn leven wederom een aanvang neemt. Wanneer ik dan toch naar zolder ga. Wanneer ik dan toch wat ga rommelen op mijn kamertje. Wanneer de zon er alles aan doet om haar warmte naar aarde te stralen. Wanneer…