Eeuwigheid.

In een vloek en een zucht, is alles voorbij. Hoewel alles? Dat is tegenwoordig niet meer mogelijk. Komt het een naar voren, verdwijnt het andere naar achteren. En wanneer je denkt de kluit te kunnen belazeren, blijkt vaak dat je jezelf hebt belazerd. Althans, zo vergaat het mij de laatste tijd. Kan geen antwoord geven op de vraag: waarom? Hooguit last van wat gruis in mijn maag, waardoor ik als antwoord geef: uitbuiken. Een kreet uit het verleden toen ik nog werkzaam was bij de Boer’s tentenbedrijf. Dat had meer te maken met het terrein waar wij werkzaam waren en de mensen die daar verbleven. Niet zo zeer alternatief, meer in de vorm van een geestelijke overeenkomst. Van Holisme had ik toen nog niet gehoord, dat het op termijn een visie zou gaan worden, daar had ik geen moment bij stil gestaan. Andere tijden onder totaal andere omstandigheden. De wereld was een stuk kleiner dan de huidige wereld en er was geen sprake van dat vele mensen mee hobbelden met wat toen gangbaar was. Toch werden ook in die tijd demonstraties gegeven, maakte het Koninklijk Huis inde vorm van Prins Bernhard zijn opwachting wanneer er een internationaal bedrijf in Amsterdam werd geopend. Dat alles uit de kast werd gehaal, dat was wel duidelijk. Heugafelt tegels op de vloer, voor eenmalig gebruik. Het mocht immers wat gaan kosten en op de toenmalige centen werd bepaald niet gekeken. Dat het de opening van een raffinaderij betrof, ach niemand die zich druk maakte omtrent het milieu. Werknemers gingen op hun fiets met de pont naar Amsterdam Noord, waarbij de werven als de NDSM ervoor zorgden dat naast werk ook inkomen was gegarandeerd. En dat wanneer een schip gedoopt zou gaan worden, een uitnodiging ging naar dat eerder genoemde Koningshuis. En Polygoon nieuws met de stem van Philip Bloemendaal door de bioscoopzaal werd geslingerd.

Wat heb je eraan wanneer ik wat dingen uit de oude doos naar voren breng? Is het jeugdsentiment dat mij terug laat blikken? Of ben ik een voorschot aan het nemen op dat wat mij nog te wachten staat? Of leg ik nu vast wat later wel een reden zal hebben? Want het blijft een feit:

‘met eeuwigheid als normgegeven, duurt een moment een mensenleven.’