Auteur: Wik

Mistroostig.

Mistroostig, zo zou je het weer kunnen omschrijven. Mistroostig kan ook een gemoedsstemming zijn. En dat laatste is zeker op mij van toepassing. Niet dat ik veel te klagen heb in vergelijking met anderen, maar ik zal verheugd dan wel blij zijn wanneer er een einde komt aan dit ‘feest.’ Op zich kunnen de vooruitzichten wel gunstig zijn, de wetenschap dat ik wederom voor een groot deel van mijn wilde haren verlost ben, neemt niet weg dat ik er bepaald niet uitzie als een ‘oude god.’ Want leeftijd speelt immers een rol in het geheel der dingen. De maand september heeft een aanvang genomen in de veronderstelling dat ik deze maand onder het mes zal gaan is dan dat vooruitzicht. Bellefleur is niet aan mij besteed en ook de maneschijn laat ik stoïcijns aan mij passeren. Rozen komen tegenwoordig uit een ander continent en die enkele onverpakte roos wordt zichtbaar op een kist. Neen, de moed zit geregeld in mijn schoenen, dat laat onverlet dat het hele, hola niet direct aan mij besteed is. En dan nog wat: ‘klagen is vragen om bevestiging.’ Ook daar zit ik bepaald niet op te wachten, anderzijds zorgt wachten er wel voor dat de tijd verstrijkt. Over de hoeveelheid tijd heb ik zeker geen klagen. wanneer het mij enigszins uitkom, ben ik vaak na twaalven aangekleed. Vind het nu eenmaal heerlijk om in mijn pyjama en ochtendjas van mijn koffie te genieten. Eet dan bewust een boterham opdat ik nog wat energie nodig heb om de dag door te gaan brengen. Niet omdat ik dan hongerig ben, hooguit dat het beleg ervoor zorgt dat ik die boterham tot me neem. Liefst beleg dat makkelijk naar binnen glijdt, filet americain met ui gaat er nog steeds slikvingerend in. Ook paté valt niet te versmaden, laat staan dat een hoeveelheid kaas het soms aflegt van de sandwich spread van Heinz. Waar gaat dit verhaal over? Een blik op een gemiddelde dag van mij. Alsof ik niets beters te doen heb, En ook dat is waar. Mijn beperkte mogelijkheden zorgen ervoor dat ik vroegtijdig mijn bed opzoek, dat ik me verschuil achter een boek en wel de tijd neem om de ander met mijn lettertjes te gaan vermoeien. Jawel, een uitlaatklep is er niets bij.

Maar een ding is duidelijk: zolang de ander dit nog kan lezen, ben ik nog steeds in leven!