Verleden IV.

Het is zo’n beeld dat je denkt: ‘wat moet ik daarmee?’ Want er gebeurt ogenschijnlijk niets, een zittende man, een man met een paraplu in een winkelstraat met een geldautomaat. Een fiets, een prullenbak en twee personen die mogelijk wat flappen gaan tappen. En een internetwinkel. Voor hen die zich mogelijk geen laptop kunnen permitteren, of mensen die van de gelegenheid gebruik maken om anoniem met het wereld wijde web op zoek gaan naar… Misschien een handeltje gaan drijven die het daglicht niet verdragen, op zoek zijn naar een gewillige date of anoniem in een hotel afspreken om te gaan neuken.

Alles leent zich immer tegenwoordig om zaken te gaan doen die er voor de betrokkene toe doen. En dan geeft het veel voldoening wanneer de andere onbekende partij, aangeeft ter wille te zijn. Waardoor het verrassingseffect als zodanig hoogtij kan gaan vieren. Ik weet, mijn gedachten vliegen weer eens alle kanten op bij gebrek aan zaken die er vandaag de dag toe doen. Zijn het onthoudingsverschijnselen waarmee ik moet gaan dealen? Is de reikwijdte van mijn bestaan beperkt door alle belemmeringen? Het feit dat ik met een zekere regelmaat op ‘bezoek’ mag gaan bij mijn huisarts dat ik als een uitje ervaar? De antibiotica dat mijn geest enigszins in mistflarden laat veranderen? Of is het zaak om simpelweg door te blijven bijten in de wetenschap dat alles op termijn wel weer goed zal gaan komen? Dat cholesterol een rol in dit totaal blijft spelen. Ik me niet meer met simvastatinen zal gaan bemoeien? Want op dat soort krampen zit ik absoluut niet meer te wachten.

En over wachten gesproken: net als die man met de paraplu is het simpelweg afwachten