tijd

De groeten van ” noem een naam en geef daar een invulling aan. Ielske bijvoorbeeld. Dood. Overleden aan die agressieve vorm van alvleesklierkanker. Binnen de kortste keren. Heeft haar weg gevonden naar Ruud. Kan zich misschien elders bezig gaan houden met de regie van dat viertal wat in afwachting was van een regisseur. Een regisseuse in dit geval. Die ‘een goede dood’ niet alleen zag in Provadya, maar ook regisseerde bij Vondel in Uitgeest. Haar laatste stuk.


iGer.nl
Verleden toen. Overleden nu. Die borrel die wij dronken. En het stilstaan toen bij Ruud, Will, Rein en Theo die eindelijk verlost worden van dat eeuwige klaverjassen. Zoals ik ooit schreef in ‘De eenzaamheid’ op 10 december 2010. Er, ogenschijnlijk nog niets aan de hand was. Weg. Een weg in tijd. Een tijd weg. Tenminste, in mijn verleden. Zoals tijd in mijn verleden altijd weg zal zijn. Gek eigenlijk. Want juist vanmiddag hadden wij het weer over tijd. Vanwege het feit dat Piet bij zijn tijdelijkheid stilstond. Zijn verjaardag met ons deelde. Zoals ik ‘s ochtends ook bij Charles stilstond. Een onsamenhangende lang en leven in het apparaat memoreerde. 49. 7 keer 7. Wat hij dan voorspelt als wat makkelijker te onthouden. Zal wat worden als hij definitief die vijftig haalt. Er is nu eenmaal geen weg meer terug.


iGer.nl
Mijn horloge. Gestrand. Ook dat heeft wel wat. Zeker als ik met een slaapdronken hoofd wakker word. Ik mijn bed uitspurt in de veronderstelling dat het reeds half twaalf is. Ik me bedenk dat de pillen van rond negen uur reeds in werking hadden moeten worden gesteld. En letterlijk opkijk wanneer de klok beneden slechts half negen aangeeft. De gordijnen open en het zonlicht buiten sluit. Pillen slik, dit vergezeld laat gaan van een laatste stuk Westfries krentenmik. Een glas water om het geheel naar binnen te werken en besluit mijn droomreis nog even te vervolgen. Tenslotte is het zondag. Eerste pinksterdag. De vogels hebben het maar druk. Worden niet veel later buiten gesloten. Het raam gaat dicht.
Naar Schagen. Een muziek optreden en een grote verzameling Schotten. De meer dan droge opmerking van Marco: het zijn toch Nederlandse Ieren die hier spelen”! Ik kan er niet meer omheen. Nicolette, Marijke, Simone, Jolanda en Willem Schotten staan garant voor die eerder genoemde opmerking. Noem het een inkoppertje en het afmakertje komt op het conto van Marco. Ellen blijft bezig. Weet van madeliefjes een ketting te rijgen. Silje en Jikke vermaken zich uitstekend. Een aangetaste libelle strijkt neer op de bovenarm van Ellen. Onbeweeglijk blijft zij zitten. Als Simone haar fototoestel in de aanslag legt, stijgt de libelle hoog boven de meute uit. Weg beeld. Weg libelle. Gevleugeld insect. Helicopter zonder dat er sprake is van enige vorm van bezuiniging. Geen Hillen te bekennen.
En dan blijft toch die onbegrijpelijkheid van tijd. Zoals de tijd ook nu een eigen koers bepaalt. Waar ik niet veel anders mee kan doen dan dat ik stilsta. Stilsta in de tijd terwijl diezelfde tijd links en rechts langs mij heensnelt. Alsof ik de enige ben die stilstaat op die snelweg van de tijd. Tijd.


iGer.nl
Toch kan ik me heel goed voorstellen dat de woorden die hier geschreven staan geen belletjes doen rinkelen. Ik graaf slechts in mijn eigen tijd. Met Martin vanochtend door de tijd heengroef. De stukken die wij speelden. De stukken die wij deelden. De wijze kater. De grote vlucht. Schakels als einde van de Heijermanscyclus. En de handen van de verschillende regisseurs. Paula. Jan. Geen Ielske meer. Wel altijd aanwezig in de zaal. Was het alleen maar om Ruud te zien spelen. Tot dit niet meer kon. Om Will te zien schitteren. Tot ook hij niet meer was.
Zo’n dag was het vandaag. Een dag met een driedubbel gevoel. Want de zon scheen wel, de wind was toch wat schraal en de braderie viel enigszins tegen. En het publiek. Juist! Dat had dit keer alle tijd!