SOMS.
SOMS.
Soms heb ik er geen zin meer in
loop ik doelloos door de straten
door God en iedereen verlaten
zie zelfs geen Heilsoldaten.
Soms loop ik luid te klagen
sta versteld van al die vragen
die mij omringen, vaak
grote maar ook kleine dingen.
Soms ben ik bang voor mijn verleden
wil ik in het heden treden
koester mijn herinnering
is het vaak dat kleine ding
wat mij belet om verder te gaan
een drempel, een stoep of een banaan
dat ik uit glij en alsnog
op mijn bek zal gaan
het zijn zo van die dingen die
me dwingen stil te staan
in mijn dagelijks bestaan
het grijzer worden en het ouder zijn
de valkuilen als een venijn
om dan de hartstocht te vergeten
gelijk mijn schoenen zijn versleten
de paden weg de laan verlaten
en dorre straten met een licht
waar blijft mijn toekomst
waar is nu mijn vergezicht?
Het duistert en de dood doemt op
hij houdt nog steeds zijn kop
maar voor ik het besef slaat hij
de bladzij op voor mij!
Januari 2026, Wik
MOOIIIIIIIIIII