verrukkulluk

Toch kan ik moeilijk afstand houden. Dat neemt niet weg dat de weg die ik afleg altijd wel gepaard gaat met die wel of niet veronderstelde afstand. Je hebt die ruimte nodig om je koers blijvend te kunnen bepalen. Ofschoon er niet altijd sprake is van een koers. Bedroevend in zekere zin wanneer je tot de conclusie komt dat je afwijkend gedrag gaat vertonen en een zekere mate van verwardheid zich voordoet. Dat dit veelal in de nacht plaats vindt is nog wel te verklaren. Maar dat je kop er binnenkamers vandoor gaat en je op de meest onverwachte plekken terechtkomt, dat mensen met wie je ooit gewerkt hebt spontaan hun opwachting komen maken en dat een kat het verdomd om niet uit mijn broek te gaan, maakt het nog enigszins gewoon. Wat bezielt zo’n kat om in mijn droom zo afhankelijk te zijn? Of wanneer ik de ontdekking doe dat ook mijn linkeronderbeen van littekens is voorzien. En ik daar als een danser ook nog eens mee ga poseren. Het slaat waarlijk nergens op en wat precies de bedoeling van dit geheel is mij niet duidelijk. Het zijn dan ook de vraagtekens die het geheel zo mooi weten aan te kleden, het is het gebrek aan inzicht wat nergens toe doet laat staan dat het geheel ook nog te duiden valt. Waardoor de tijd nog steeds verder glijdt, ik in zekere zin het overzicht moet gaan vergeten en dat al wat ik geweten heb door de loop der tijd is weggesleten. Want stel je nu eens voor dat er sprake zou zijn van een vorm van onsterfelijkheid. Dat je constant op herhaling gaat en alles wat ertoe zou kunnen doen op een vergelijkbare wijze zich wederom voordoet.

Wat voor openbaring is het dan om te spreken over een verrukkullukke dood?