Onderliggend.

De noemer is: onderliggend lijden. Wat precies dat onderliggende lijden is, waarschijnlijk nog even een raadsel. Dat het dit keer om de inhoud gaat en minder om de verpakking, ook dat is simpelweg een gegeven. Hetgeen niet wegneemt dat de flut ver te zoeken is, dat ik me zo goed en zo kwaad overeind tracht te houden en dat het mij wederom niet gegeven is om mijn opwachting bij de dichterskring woensdag te gaan maken. Neemt niet weg dat ook de geest ietwat aan het troebleren is. Waar ik voorheen mijn geest over eindeloze akkers liet dwalen, ogenschijnlijk van het een naar het andere hobbelde, de noodzaak van het nut niet altijd naar voren bracht, zelfs daar begin ik last van te krijgen. Hetgeen dan weer te danken is aan een gering aantal prikkels. Want het zijn juist die prikkels die mij aan het denken zetten. Of ik krijg een aantal dromen, waarbij ik de zin van zijn helaas zie verdwijnen. Laat staan dat ik er op mijn manier nog een aantal prikkels aan toe weet te voegen. En dat terwijl de folders niets anders doen dan de meest (on)zinnige recepten naar voren te brengen. Het belooft wat wanneer al die luxe straks op tafel komt te staan. Paashaasboter, de meest vreemdsoortige gekleurde eieren, de wipkip die van geen wijken weet, laat staan dat het duinkonijn alsnog zijn biezen weet te pakken. Mocktails in alle vormen en maten, een enkele kersenbonbon die nog voor wat alcoholvertier weet te zorgen en straks op zoek naar al die verstopte paaseieren die mogelijk in de herfst alsnog voor een kuiken gaan zorgen. En de Paus die zich opmaakt om de bloemenpracht uit Nederland van zijn zegen te voorzien.

Want ook dat kenmerkt Pasen: het Urbi et Orbi en van een welbehagen kan haast geen sprake zijn!