(niet) zoMAAR
En dan is er zomaar een gedachte. Niet van mij maar van een ander. ‘Ik weet, mensen zijn zoals mensen, jij bent zoals je bent, ik ben zoals ik ben. We hebben allemaal onze hiaten, gebreken, fouten en ook mooie eigenschappen, dan wel onze voorkeuren’. Tonen geregeld liefde en genegenheid en duiken dan weer in een put. Het blijven bergen en dalen waar we ons doorheen weten te worstelen. Maar kijken op een ander moment wellicht heel genoegzaam terug. Op dit moment ben ik nog niet zover. Het Luctor et Emergo laat ik nog even passeren. Houd mijn ene oog gericht op de toekomst en met het andere oog blik ik terug. Heeft veel weg van scheel kijken dan wel dat ik ga loensen. Dat ik momenteel nog hang aan materie, dat zal ik niet ontkennen. Ben (nog) niet van plan om mezelf te gaan verloochenen. Maar het doet mij wel goed wanneer een persoon die ik als een naaste ervaar, mij met zijn blik een riem onder mijn hart schenkt. Als een ware broeder mij onder zijn hoede neemt. Wanneer dit gepaard gaat met lieve groetjes weet ik dat elk woord oprecht is gemeend. Ik ken hem en hij kent mij. We hebben dan ook hetzelfde beroep uitgeoefend. Ook dat schept een Bijzondere band, een onverbrekelijke band.

Maar ook banden kennen een zwakte.