Keerzij (voor de zoveelste keer).
Dat alles een keerzijde kent, dat is niet zo verwonderlijk. Maar of menigeen op die keerzijde zit te wachten, is dan weer een ander verhaal. ‘Waar we heen gaan, Jelle zal wel zien’, is zo’n tekst uit de oudheid. Maar wanneer het verleden een beroep doet op het heden dien je die vraag wel te gaan stellen. En wanneer er sprake is van het gevoel te hebben voor een blok te worden gezet, dan is het niet een feit dat je daar vrolijk omheen gaat huppelen. Met andere woorden, het inzicht wat ik had belemmert op dit moment het uitzicht dat ik voor ogen had. En daar valt niet aan te tornen. Straks raak ik nog de draad kwijt en zal voor mijn gevoel dienen te tasten in het duister. Alsof ik daar op zit te wachten. Want ik kan wel lang wachten, maar verwacht niet direct een licht.
Neen, ik zal mijn verlies moeten nemen. Voel me, als eerder gezegd, voor het blok gezet. Linksom, rechtsom dat maakt niet meer uit. En mijn uitstel heeft niet geleid tot afstel. Ben de materie kwijt en als eerder naar voren gebracht, voelt het voor mij alsof ik met een been in mijn graf ben beland. Of dat er een amputatie is verricht, waarbij het dode weefsel is verwijderd. Kan het nog beroerder? Welzeker, als ik een vergelijk maak met anderen. Maar die anderen ken ik gelukkig niet, ik heb immers genoeg aan mijn eigen sores. Dus wordt ik geacht om een kleiner lijstje te gaan maken. Zal dan proberen om op termijn Iye te gaan behagen met wat Opa voor hem in petto heeft dan wel had. En waar hij node afscheid van heeft moeten nemen. Niet in de veronderstelling dat hij zit te wachten op de zaken die hij op termijn tot zijn beschikking heeft. Sterker nog, de vraag of hij daar later de waarde van inziet, ook die vraag laat zich niet beantwoorden. En wat hij niet weet, zal hij ook nooit te weten komen. Want dat was bijkans letterlijk voor zijn tijd, terwijl ik niet weet hoeveel tijd hij nog in zijn leven tot zijn beschikking heeft.

Al met al en het totaal overziend, blijft dat de vraagbaak van het leven.