Zou zomaar niet kunnen…

‘Het zou zo maar kunnen’, zei zij terwijl hij haar tegensprak. Feitelijk had zij gelijk, moest hij nu beamen. Maar juist dat feit, was hem dit keer een brug te ver. Het gaat ook niet om zijn gelijk; het gelijk rust dit keer bij het hare. Toen viel de stilte: in de verte klonk een dreun.
Stel ik me voor wanneer communicatie een hoofdrol speelt. Wanneer de tegenstrijdigheid van meningen weer ergens toe doen. Wanneer het gelijk van de een, door het gelijk van de ander in een hoek wordt gedrukt. Gelijk het klappen der zweep in een boksring in de touwen wordt gezwiept. Het aanwezige publiek de zwijgzaamheid gaat huldigen. Of dat men inzet op de afloop. Gelden ten goede maakt: het papier wat door ze zaal heen fluistert.
50.100. 200 van een enkeling, de vijfhonderd als het ultieme. Een enkel biljet van 10. Een volgend stuk van 20. Om over munten maar helemaal te zwijgen. Het rinkelen verstomd. De gespannen afwachting neemt toe: een enkeling maakt zijn opwachting. De zaal breekt uit in een oorverdovend gefluit. Het beter horen wordt met voeten getreden: ik maak mij op om mij uit de voeten te maken.
Een entree om niets. Eigenlijk een stuk zonder kop laat staan dat er een staart te ontdekken valt. De inval die zich voordoet zonder een idee te hebben omtrent de inhoud, laat zich lezen als…
Ik zou het niet weten. Ik weet het dan ook niet. Waar ik gisteren in Den Haag mocht vertoeven, is het vandaag Alkmaar waar het regent. De pannen in het duister glimmen, en de plassen liggen te wachten tot de banden een plensbui richting een niets vermoedende wandelaar sproeien. De man er alles aan deed om droog, onder zijn paraplu vooruit te komen, nu erbij staat als een verzopen hond.
Zo’n verhaal ‘zou zomaar kunnen’. Het kan dan ook: zie hier!