Zonder tanden…

‘Zonder tanden hoef je niet te poetsen’. Noem het een statement, een quote dan wel een open deur, en ik zal dit met gesloten mond beamen. Maar wanneer ik mijn tanden laat zien, berg je dan maar. En wanneer ik dat haar van mijn tanden laat halen, ook dan sta ik niet voor mezelf in. Dat mijn mond echter geregeld vol is met een mond vol tanden, dat ik er ook nog weleens een tandje bij moet zetten, dan wel dat een goed gebit hooguit is weggelegd voor mensen vele jaren na 1947, ook dat laat zich raden. Ik bedoel maar, het vooruitzicht dat ik ‘s nachts naar dat klappergeval zou moeten kijken in een glas met water, dat ik de aanbiedingen van Kruidvat volg om mij van Kukident te verzekeren, of dat het humor is dat kunst in een ander daglicht kan zetten en buiten nissig heden een rol zouden kunnen spelen bij een volgende opdracht dan wel een verzoek aan de Hollandse Eenheidsprijzen MAatschappij, dan wel dat de Hollandse Nieuwe uit verweggistan afkomstig is, dat Biervliet een naam heeft op te houden omtrent het kaken van de haring, dat een zuurtje en een uitje niet voor iedereen van toepassing is, dat het eerste vaatje minder heeft opgebracht dan het vaatje van vorig jaar, ook dat zijn constateringen die er weinig toe doen. En daar gaat dit bericht vandaag over: over iets dat er niets toe doet, maar dat ik dankzij Kees toch maar ga vermelden! Dank daarvoor Kees en wanneer ik in staat ben om jouw mond vol tanden te vullen… is er misschien een tandarts in de zaal”!