zomerdipdenkik


iGer.nl
Dat mijn denken op dit moment wat aan de minder vrolijke kant verkeert, kan te maken hebben met het feit dat het momenteel toch wel wat finaal is geworden. Met pr”-pensioen zijn. Of voorpensioen zo JU wilt. En dat terwijl vrienden van ons dit traject reeds acht jaar geleden zijn ingegaan. Zodra de kans zich voordeed was het einde diensttijd voor hen. En kreeg ik nog weleens de opmerking waar ik nu eigenlijk mee bezig was. Werken was een hoofdmoot en ziek zijn kwam niet in mij op. Vandaar ook de teksten van de afgelopen dagen. Om, als het ware, die overgang te gaan illustreren. Met alle opmerkingen vandien. Want ook de reactie van Trudy liegt er niet om. Of de reactie al eerder van Robert Jan. Toch loop ik wat met mijn ziel onder mijn arm rond. De vraag terecht dan wel onterecht laat ik net zo makkelijk in het midden.
Wat bezielt mij op dit moment” Waar kan ik mijn levensvreugde gaan plukken, terwijl mijn gedachten constant met mij aan de loop gaan in plaats van andersom” Wat heb ik nagelaten op de momenten dat ik voor een keuze heb gestaan” Welk besef speelde toen een rol in de keuze die ik toen heb gemaakt” Was het een vlucht onder de noemer van verantwoordelijkheid” Was het gedrag wat ik aan mijn vader te wijten had” Of van mijn grootvader misschien”
Opa Valkhoff die een stevige maagzweer ontwikkelde na de dag dat hij met pensioen was gegaan” Nog wel een lintje had gekregen vanwege de nauwgezetheid waarmee hij het ambt van Gemeenteontvanger had ingevuld” Ridder in de orde van Oranje Nassau” En alle toespraken die hij mocht aanhoren. Het dankwoord dat hij bij die gelegenheid uitsprak” De uitnodiging die wij thuis ontvingen” En de korte broek die ik toen nog placht te dragen” Het speelt door mijn kop. En het slaat aan de andere kant nergens op.


iGer.nl
Gelijk deze woorden nergens op slaan. Maar ik wel weer wat meer met de neus op mijn huidige feiten ben gedrukt. Door de opmerking van de apotheek. Waarom ik een tweetal bloedverdunners voorgeschreven heb gekregen. Terwijl ik op mijn manier vrolijk bezig was de struisvogel te attenderen op het feit dat zijn kop nog steeds niet zichtbaar was. En mij daar redelijk prettig onder voelde. Want niets was mij aangenamer dan het duister wat aan de einder speelt, te ontkennen. Ontvluchten in zekere zin. Terwijl ik gelijktijdig daar toch wel weer stevig mee bezig ben. En dat van Eijck zijn tuinman helemaal naar Ispahaan liet gaan. Toen, in zijn tijd. En ik het in mijn hoofd haalde om juist dit gedicht in het kader van het mondeling examen Nederlands niet alleen voor te dragen, maar ook nog eens verantwoord te gaan ontleden. Met de kennis van toen. In het tijdbestek van toen. In het besef dat nog een heel leven aan mijn voeten lag. Maar dat dit, met een willekeurige handzwaai van de man met de zeis, net zo goed niet had kunnen plaatsvinden…
vandaar ook dit denken. Denken wat ik al langer doe. Denken ook wat ik al langer deed. Niet dat dit denken altijd een doel diende. Want als het een doel zou hebben gediend, is dit doel in de loop der tijd wel weer verdwenen. Zoals zoveel verdwijnt. En wat dan ook weer ergens goed voor is. Want stel JU nu eens voor dat alles wat wij denken en ooit hebben gedacht, zou blijven hangen. Dan kan het haast niet anders dan dat wij, dankzij batterijen filosofen, helemaal uitgedacht zouden zijn. Er zich geen BRILjantjes meer zouden voordoen. En die doen zich dan ook al een tijd niet meer voor. Kom je nu Martin Bril in geschenkverpakking tegen: 3 boeken met een Frans thema voor de prijs van 19,95. In euro’s. En ook nog geseald! Uitgegeven door de nabestaanden. En straks raken ook die vergeten. Maakt iemand anders zich op om stil te staan bij de dingen van alledag. Zoals ook Kronkels weer zijn weggesleten. En Simon Carmiggelt, ooit de grondlegger van het woord ‘epibreren’ ook de vraagstelling van de gek wist te formuleren: ‘Ooit een normaal mens ontmoet” En beviel het”‘ Vergezeld van een prachtige spiegelachtergrond. Als ik daar dan weer aan denk…


iGer.nl
DENKEN.
Als ik denk, loop ik in gedachten te overdenken wat ik denk te denken. Soms denk ik niets en is dit gevulde leegte. Soms zijn het dwarrelingen van gedachten die door mij heenschieten, ongeordend, warrig, chaotisch, waarbij iedere vorm van logica ontbreekt.

Zo doe ik de uitspraak: “Ik zal aan je denken!”

Jouw antwoord frappeert mij: “Ik ook aan jou!”

Soms heb ik de pretentie te denken iets boven de middelmaat uit te stijgen, zie ik mezelf als een oogverblindende geranium in een pot op een grauw, betonnen balkon. Wat ik dan voor het gemak even vergeet is, dat ik mij in een flatgebouw bevind, met links en rechts, boven en beneden mij evenzovele individuen met een vergelijkbare geranium in eenzelfde pot. Als je dat flatgebouw van een afstand zou bekijken, kan de omschrijving van dat geraniumgebouw, de enig juiste zijn. De illusie van dit denken wordt opgewekt door de beperktheid van de ruimte waarin ik verkeer, waarin jij verkeert in het moment dat deze woorden mijn mond verlaten.
Toch vond ik het toen en vind dit tot nu nog steeds zo verrassend, dat ik vond je dit te moeten laten weten.
Alkmaar, 22-06-’94, Wik.
Toen en nu. Nu en toen. Kloppend op een toegangsdeur is het altijd weer de vraag of JU binnengelaten wordt. Of buiten blijft gesloten. Want als het nu klopt kan het haast niet anders dan dat het morgen allemaal weer anders zal zijn. En mogelijk dat de dag na morgen weer heel andere wegen zal gaan openbaren. Misschien is het slechts een simpele zomerdip. En had Marlies gelijk: na regen kan het haast niet anders dan dat de buienradar op termijn weer veel groen en blauw laat zien!


iGer.nl