Zomaar even deel IV

Vrijdag, 11-08-2017.
‘MEN ZEGT: HOE OUDER HOE WIJZER.’
Maar voor mij gaat dat niet op: ik word alsmaar droeviger. Mijn hart wacht enkel op een plaats onder de koude sneeuw. Ik heb wel een aantal herinneringen, sommige zijn wel leuk om aan te denken. Zoals jij, mijn lieve vrouw, nu verandert in het niets. Hier had je niks meer te doen en de pijn en je leven werd te zwaar. Ik heb je zo vreselijk lopen zoeken, ik kan het maar niet begrijpen. Ik weet nog dat ik zelfs huilend op je grafsteen in slaap ben gevallen. De mensen die daar werkten verzochten me weg te gaan: aanstootgevend misschien. Zelfs onze kat, waar je zo’n band mee had loopt dagelijks te zoeken. Tijdens een zoektocht gooide hij die ene foto van onze laatste vakantie van het dressoir.
Hoe symbolisch die barst in het glas, precies door ons heen, splitsend uit elkaar gedreven in een klap.
Die mensen komen wel langs, proberen me te steunen, hebben zelfs het lef me op te beuren. Zeggen dat im God mag danken dat ik nog leef, gezond van lijf en leden. Sodemieter op met die flauwekul. God kan voor mij niets meer betekenen. Ik verlang naar een plek naast jou. Wat is daar nou mis mee”
Ik heb niets anders te doen dan aan die herinneringen te denken maar kijk nou eens waar dit toe heeft geleid…Woorden van Pieter, woorden die niet veel te wensen overlaten. Maar wanneer de wens de vader is van de gedachte, wie zou dan de moeder kunnen zijn…”!


IMG_7173


IMG_7204