Zien de blind


iGer.nl
De kunst van het kijken, is een vraag naar het zien. Mar als je niet ziet, kun je onmogelijk kijken. Wanneer je weer kijkt, de vraag of je het mogelijk ziet. Neem nu, bijvoorbeeld, het optisch bedrog. Gelijk een simulator worden de prikkels wel doorgevoerd, maar heeft het er veel van dat in de hersenen een chaos ontstaat. Dat tweedimensionaal opeens drie- dan wel vierdimensionaal in je hersenpan wordt geprojecteerd. En dit in een staat van volledig bewustzijn. Of mogelijk met een snufje onderbewustzijn. Waarbij absoluut geen sprake is van een kennelijke staat. Dat dan de prikkels een meervoudig leven kunnen gaan leiden, een gevolg van die veranderde invloed. De kennelijke staat van invloed. Geheel tegengesteld aan een kennelijke staat van ontbinding. Dat spreekt eigenlijk wel voor zich…
Toch bekruipt mij, bij het zien van hedendaagse kunst, af en toe een gevoel dat wat ik zie niet overeenkomt met de realiteit waaronder de kunstenaar tot zijn of haar werk is gekomen. Kan ik, als het ware, het palet wat een rol heeft gespeeld in het maken van een werk niet in de juiste context plaatsen. Nu weet ik niet of dit ook altijd wel de bedoeling is; een opmerking zou kunnen zijn is dat de toeschouwer ziet wat hij ziet en dat er voldoende ruimte is voor een eigen interpretatie. Waarop de mogelijke discussie een vroegtijdig einde kent. En ieder, wederom, zijn of haars weeg gaat. Alsof er niets heeft plaats gevonden, dan wel dat de stemmen staakten en de mogelijke teleurstelling een zachte dood is gestorven. Of dat men lyrisch wordt. Men het ene petje af door een volgend chapeau laat volgen. Men niet alleen om herhaling vraagt maar ook, gelijktijdig, bis, bis, bis begint te scanderen. Het ‘himmelhoch jauchzend, zum Tode betrubt’ of liever gezegd ‘hemelhoog juichend, en dodelijk bedroefd’. Want ook ik spreek liever mijn Moerstaal.
Bedacht ik mij vandaag, terwijl ik de beelden van gisteren die ik eergisteren heb vastgelegd nog eens de revue laat passeren. En waar ik vandaag maar weer op teruggrijp. Want ook vandaag kwam ik die beelden uit een recent verleden nogmaals onder ogen. En het heeft niet veel met verbeelding te maken wanneer de herhaling van gisteren vandaag zijn beslag krijgt. Met een enkelvoudig beeld. Het heeft iets weg van ooit een zin uit het verleden die studenten recht werd voorgehouden:

LEES MAAR! ER STAAT TOCH NIET WAT ER STAAT!

Een opmerkelijke zin. Een zin die iets van een zienswijze probeert te ondermijnen. Een zienswijze die, dan per definitie aan discussie onderhevig kan zijn. Waarbij sommigen de ander mogelijk het grootste gelijk van de wereld zullen doen toekomen, terwijl de sceptici de potloden slijpen. Zoals men momenteel in het politieke debat de messen aan het slijpen is. Ook dat is kunst, alleen… de wijze waarop dit bezien kan worden heeft niet direct met het abstracte van doen, hoewel ook nu weer woorden worden gebruikt die hier geenszins afbreuk aan doen. Eigenlijk is het gewoon een zooitje en zijn het de woorden van Karel Appel die ook nu een plekje vinden:

Ik”! Oh, ik. IK ROTZOOI MAAR WAT ‘AN!

 Met dank voor uw begrip, Wik.


iGer.nl


iGer.nl