wisselend

Gegeven: ‘Wie doet er wat”‘
Gevraagd: ‘Wat doet’ie”
Antwoord: ‘Watdoet’tertoe”‘
Liep ik een beetje mee te klooien. Dacht dat het iets te maken had met algebra. Maar misschien is het meetkunde. Met Geometrische vlakverdeling. Een beetje à la Mondriaan. Of Escher. Misschien Da Vinci wel. Als die, uit zijn hoofd, een figuur ontwerpt waarin piramide en trapezium een hoofdrol spelen, is het, na zoveel eeuwen mogelijk om een fout te constateren. In zekere zin sprake van een constructiefoutje. Gelijk de natuur ook wel eens een steekje laat vallen. Het ene moment duik je zo het voorjaar in, het andere moment komt het grauw van een bestaan links en rechts om je oren heen gevlogen. Gelijk die vogels. Soms druk doende, een ander moment de veren strijken, een derde moment achter elkaar aan. Mogelijk ook een hormonen kwestie” En moet ik eerlijk bekennen dat ik teruggrijp. In een moment van toen. Na Titje!
Dat doet er toe! Vandaag. Als dat glas wat half vol is en hopelijk halfvol blijft. Waar ik geregeld een slok van neem. En mij blijf verwonderen omtrent het feit dat een nacht nodig is, om de leegte aan te vullen. Back dus vandaag, to my future…
En als je om je heen kijkt…
Dan kan het niet anders zijn dan dat het weer weer anders is.
Of ben ik weer anders.
Want ik kreeg de prikkels die op mij lagen te wachten.
Ik had mijn ogen open. En ik keek om mij heen. Zag de ochtendzon schijnen. Niet alleen in water. Niet alleen op de daken.
Niet alleen op mij.
Het was dan ook al tien uur geweest.
Dus te laat op mijn bezighedenplek.
Of mijn activiteiten op therapeutische basis.
Behandeling. Nou ja, bezigheden in de grote variabelen.
Een beetje afwassen. Een beetje stofzuigen. Een beetje opruimen.
Een beetje dozen in de stellingen. Een beetje uitzoeken.
Een beetje kijken. Veel beetjes praten.
Ontlasten door te belasten. Een beetje doen.
Een beetje het gevoel een ander belang te gaan dienen.
Een beetje van alles en dan weer een beetje boel.
Weer van van alles. Of weer van van niets.
Taal. Gebruik. Teken. Doen. In mijn eigen tempo.
Zinnen zijn verzet.
Het kastje bleef het kastje en keerde de muur.
Ik bleef dan ook tot vijf uur. Tenminste, om en nabij.

Vandaar ook de knipoog. Omdat het zo lekker gewoon was.

Omdat ik nog niet weet hoe de dagen er op de termijn uit komen te zien. Omdat de afspraak met de cardioloog nog moet gaan plaatsvinden. Omdat het hart revalidatie programma nog op zich laat wachten. Want door twee keer in de week op termijn mogelijk te gaan joggen. Of hard te gaan lopen. Of te gaan fietsen. Op zo’n bicycle die geen meter vooruit komt. Of op van die andere fitnessmartelwerktuigen.
Om mijn grenzen te onderzoeken. Wat kan ik wel” Wat kan ik niet”
Hoeveel procent is 30%”! Van wat”
Mijn fysieke vermogens”! Van mijn psyche”

Ik doe het met een knipoog! Maar ik doe dit van harte! En dat joggen…”!

Mijn schoenen slijten. Ik zie dit niet. Het contact met aarde blijft beperkt. Tot mijn zolen.