Wim Paijmans

BIJ DE DOOD VAN WIM PAIJMANS.

Wim was een begeesterd mens. Een bijzondere man. Een onnavolgbare man op zijn tijd. Docent zowel voor het vak psychiatrie als voor het vak psychologie. Afgestudeerd als neuropsycholoog, na een carriere als visser op een haringlogger, stuwadoor in de Amsterdamse havens om zijn opleiding te kunnen betalen, kostganger bij de familie Noback, schaker, denker, danser en alles wat verder nog op zijn pad terechtkwam. Een collega, waar ik, op latere leeftijd veel genoegen mee heb beleefd. Ik spreek bewust over later. Want de eerste dag dat hij zijn opwachting maakte bij de opleiding, staat nog in mijn geheugen gegrift. Piet Aardema had bedacht dat Bartje van Roekel (toenmalig praktijkbegeleider) en ik Wim wegwijs zouden gaan maken op Duin & Bosch. En dat wegwijs maakte zorgde er uiteindelijk voor, dat wij om 16.00 uur verlost van Wim, gingen uitwaaien op het strand van Castricum. Hoorndol en total loss. Want die eerste dag werd Wim al geconfronteerd met de bewoners van dit gesticht. Sprak hij eenieder aan en sprak ons aan omtrent de idealen die hij toen bezat: mensen beter maken. Mensen van hun kwade geesten verlossen en alleen maar focussen op de goede dingen die daarnaast bestaan. Het was alsof Wim van een andere planeet kwam. Het was ook een dag waarbij ik de nodige vraagtekens rond zijn persoon plaatste. Ik kende hem niet: op dat moment op die dag betrapte ik me op de gedachte wat met deze man aan te vangen. En de idee dat deze mens op leerlingengroepen zou worden losgelaten…
Ik heb me vergist. Ik heb nog nooit zo’n bevlogen en in zichzelf investerende mens ontmoet. Want iedere uitdaging die op zijn pad kwam, nam hij aan. Iedere manier waarop hij zichzelf in het geheel kon plaatsen, was voor hem een reden om weer verder met zichzelf te gaan. Psycho-analyse. Een leerling van Hans Swilders. Een volgeling op het laatst. Iemand die ik het vak van docent mocht leren. Toen hem duidelijk werd gemaakt dat hij over die speciale kwaliteiten diende te beschikken. Zijn in hanenpoten uitgeschreven lesopzetten. Het ongemak waarmee hij de media leerde bedienen. En de wijze waarop hij zijn lessen gaf. Een geheel eigen stijl. Maar met een diepgang waar ik, niet geheel ontspeend van mijn eigen wijze van lesgeven, toch wel enigszins jaloers op was. Zijn eruditie: Grieks was hem gegeven en de Ilias kende geen geheimen meer voor hem. Hij was het ook die mij de titel van mijn werkstuk aan de hand deed. Tussen Scylla en Charybdis. Een eindwerkstuk omtrent de vraag welke rol de psychiatrisch verpleegkundige zou kunnen spelen omtrent ´de hulp bij zelfdoding.´ toen ik door de mand viel. Mijn denkniveau is absoluut niet wetenschappelijk. Ik kan Jan A. niet tegen Piet B. afzetten om daar mijn conclusie Wik C. aan te gaan koppelen. Dan ga ik de mist in. Dan ben ik ietwat te eigengereid. Een vergelijkbare eigengereidheid die ook Wim betrof. Maar hij leek het wel met een bepaalde onschuld naar voren te kunnen brengen. Hetgeen misschien wel die specifieke charme met zich meebracht. Zijn charme in dit bijzondere geval…
Wim, zijn leven kende hoge toppen en diepe dalen. Zijn verschijnen stond altijd borg voor enige ophef. Hilariteit in bepaalde zin. Zijn glaasje rode wijn liet zich door hem verschalken. En zijn wijze van verplaatsen kende ook een bijzondere wijze. Noem het huppelpasjes. Noem het danspassen. En ook dat paste bij hem.

Wim, waar je ook bent, het ga je goed! En ik dank je van harte dat ik je mocht ontmoeten.

Wik.