welzijn/kater

Als het de tweede van de vierde van het jaar tweeduizendenelf is, kan het haast niet anders dan dat waar elfen en trollen het leven van de mens weten te veraangenamen (hoewel trollen…”!), ik niet anders kan doen dan dat ik knollen voor citroenen houd. Zoals ik wel vaker in staat ben om het nuttige van het aangename te gaan scheiden. Want zie dit als een uitlaatklep. Een uitlaatklep in de zin dat het mij aan de ene kant ontlast, de andere kant in bepaalde mate belast. Om naar teksten te gaan zoeken. Waar ik regelmatig gebruik van maak, is zaken uit het verleden. Dingen van langer dan eergisteren. Momenten die gepasseerd zijn. Waarbij het de willekeur is, die een rol spelt. Waarbij ik de samenloop probeer te be”nvloeden. Naar mijn hand ga zetten. En de persoon aan de ander zijde eigenlijk een beetje op een dwaalspoor probeer te zetten. Gewoon, in bepaalde mate, de kluit probeer te belazeren. De tijd te vullen en de pagina te laten voor wat ze is. Niet meer dan een pagina. En momenten. Te gedenken. Herdenken in die bepaalde zin. Bij deze.
Wat woorden speciaal aan Agatha gewijd. Omdat wij elkaar ooit in de Cantina mochten treffen. En dat bekende verhaal: ‘waar kennen wij elkaar van”!”‘ ‘Je komt me zo bekend voor.’ En het zoeken naar het mogelijk gemeenschappelijke. Duin & Bosch. Van de ene of van de andere kant” Een vraag en een antwoord. En dan een uitwisseling van herinneringen.


iGer.nl
Gelijk het meanderende van een rivier. Op zoek naar de mogelijke delta. Het landerige van een dag. Een zaterdag. De stad in. De wekelijkse boodschappen. Het bedenken van het eten. Niet te uitbundig, maar ook geen doorsnee van de week. Een extraatje. Een gebakje. Een hartig hapje. De aangeklede borrel voor als de visite komt. De kaarten die voor het grijpen liggen. En het vooruitzicht naar de zondag. Uitslapen. De stad in. De eerste zondag van de maand. Dus winkelen. Misschien een terrasje. Het verheugen op een ijsje. Het even niet druk maken. Het verzetten van de zinnen. Strand” Bos” Duin” Een roeiboot huren” Aanleggen bij de Vriendschap in Driehuizen” Pannenkoeken toe” Of wordt het toch weer erwtensoep”
Het doet een beetje aan de lente denken. Het is dan ook lente. De knoppen zijn niet meer tegen te houden. Het tere van de blaadjes. De kleuren die doen denken aan zijde. Aan tovenaars die ‘s nachts aan het schilderen gaan. Of toch kabouters. Elfen. Geenszins trollen. Want die zouden het wat duisterder houden. Misschien in te huren voor de contouren. Een gevoel van welzijn. Een drankje op jouw welzijn. Omdat ze toch”
En wat geluk. Omdat geluk vaak in een heel klein hoekje zit. Of in een groter. Ik niet zo goed weet hoe groot zo’n doel is”


iGer.nl
Vijf dichters droegen ooit hun dichtwerk voor. Gedachten sprongen. Over. De woorden regen zinnen aaneen. En wij zaten en lieten hun stemmen praten. Over de stilte. De sluimering. Nevel. Waas. En tussendoor speelde een troubadour. Neen, geen dwaas met zijn ukelele. Begenadigd bracht hij liederen naar voren. En gaf aan wat woorden ertoe doen en deden. Een schitterend betoog. De zee die ruiste. Maorischelpen illustreerden. De klanken en geruis. De golven die braken. Het strand wat kastelen kraakte”
Ik eindigde ooit met woorden omtrent welzijn, want nietzijn laat zich raden. Ik schrijf ze nu eens in een ander ‘setting’. Geen idee of de intentie dan weer zo overkomt als ik ooit bedacht. Toen ik mij overgaf aan die vloedgolf van gedichten. Ik verstrikt raakte in mijn eigen rijstebrij. Avond aan avond mij overgaf. Aan die tuimelende gedachten. Als tuimelaars door die vloedgolf braken. Mijn pen ternauwernood mijn gedachten konden volgen. En de wijsheid uit de kan vlood. Of liever gezegd de fles. ‘Mocht ik door de drank bezwijken, mocht ik naar de donder gaan, laat dan op mij grafsteen prijken, hij kon niet meer op zijn benen staan…’ of woorden van gelijke strekking. Daarbij de stemmen van Andr” Hazes en Herman Brood en het feest kan niet meer kapot…
Welzijn.
Breeduit dit papier, bevuilend/ wat opkomt is het resultaat/dat dikwijls in het meest/verborgen deel van de mens bestaat/gevecht van iets tot niets/of is dit omgekeerd”//Breed, dik en ongemerkt log/hult mijn geest zich in mistig zwijgen.//de angst voor de leegte vult mij,/overvloedig en zo wordt niets/weer iets, de cirkel rond/en noem ik mij//gezond.


iGer.nl
Ach 2 april, morgen alweer de derde. En mogelijk dat ik dan weer iets dagelijks te vertellen heb.