Weg donderen…

Marcus Aurelias ad liveras

pergus assure augurquis

hyphrat sevan soches tot saves.

Leverutumocus.

Op eiland 1 bevindt zich een matroos, op eiland 2 staat een ezel en op eiland 3 een palmboom met kokosnoten. Hoe moet de matroos op het volgende eiland komen als je weet dat hij niet kan zwemmen, een reuze honger heeft en hij ook geen hulpmiddelen tot zijn beschikking heeft. Zie je het voor je”! Anders moet je het maar even tekenen! En let nu op de volgende tekst:

De matroos (op eiland 1) maakt een plan.

Zijn plan valt in duigen.

Van die duigen maakt hij een ton.

Hij gaat in de ton en springt in het water.

Hij zinkt.

Hij staat als een paal boven water.

Hij klimt in de paal.

Hij springt op het 2e eiland.

Hij trekt aan de staart van de ezel.

De ezel begint te balken.

Van die balken maakt hij een vlot.

Hij vaart naar het 3e eiland.

Maar de boom is te hoog.

Hij zakt bij de pakken neer.

Hij stapelt de pakken op, plukt een kokosnoot

en brengt hem naar beneden.

Maar hij kan de kokosnoot niet openmaken.

Hij legt het bijltje erbij neer,

pakt deze op en slaat de kokosnoot open!

Te hoog gegrepen”! Eenvoudigweg een kwestie van bekijken. En omdat ik vandaag toch zo lekker bezig ben, het volgende gedicht. Hoewel ook dat een kwestie is van hoe een gedicht zich laat omschrijven. Ik bedoel maar…

REIZIGER IN DE NACHT.

HIJ STAAT / DOORBREEKT DE KRING / ANDEREN GAAN IN GESTAGE TRED / DOOR / EEN GRIMLACH ROND DE LIPPEN. // HIJ KIJKT / EEN GEVOEL VAN BEVRIJDING / MAAKT ZICH / VAN HEM MEESTER / ZIJN SCHADUW GAAT OVER / IN HET DUISTER VAN DE NACHT. // HIJ LOOPT / IN DE DOOR LICHTEN / BENEVELDE DUISTERNIS / KOMT VOORBIJGANGERS / TEGEN / EVEN ZINVOL ALS HIJ / IEDER OP WEG NAAR EEN EIGEN BESTEMMING. // HIJ GEEFT / ZICH OVER AAN / ZIJN ALLESOMVATTENDE FANTASIE / REIST DOOR STERREN EN PLANETEN / WORDT / I / MET DE / KOSMOS. // HIJ ZOU / DIT GEVOEL WILLEN DELEN / MET DIE ANDERE / IN NEVELEN / VERSLUIERDE VOORBIJGANGERS / MAAR VOELT / DAT ZIJ VOOR HEM / GEEN TIJD ZULLEN HEBBEN. // HIJ WORDT / BADEND IN ZIJN ZWEET WAKKER / KLEEDT ZICH AAN / STAART IN DE SPIEGEL / NAAR ZIJN GRAUW, INGEVALLEN KOP / VERGEET ZICH DIE DAG TE SCHEREN / KNOOPT ZIJN STROP / STAPT IN DE MOLEN, / ONVERSAAGD.

Een bijzondere bijdrage voor een bijzondere dag. Tenslotte heb ik een deel van mijn leven vandaag fysiek afgesloten, door mijn verleden letterlijk weg te donderen!