weeromstuit

Kalveren. Koeien in de dop. Een zonsondergang op de drempel van de herfst. En de weeromstuit. Weeromstuit…”! Ach, noem het een inval of gewoon een mooi woord. Een woord waarbij de inhoud ver boven de verpakking uitgaat. Weeromstuit. Een woord waarbij mogelijk een laaggeletterde van de weeromstuit besluit om hooggeletterd uit te gaan pakken. Juist dan tot de ontdekking komt (zo niet al veel eerder!) dat door deze hooggeletterdheid er geen syllabe meer te volgen valt. Waardoor overigen wat meewarig met hoofden beginnen te schudden en zich afvragen…


iGer.nl
Ja, wat zullen zij zich in hemelsnaam af gaan vragen” Of dat koetertaaltje mogelijk wat Vlaamse Frieten trekken kent”! Of dat er sprake is van een Frietkot” Waarom veel Vlaamse Belgen graag in Duitsland begraven willen worden. Niet alleen vanwege de ausfahrt maar meer nog omdat in Duitsland begraafplaatsen nu eenmaal Friedhof heten. Dat soort laaggeletterdheid spreekt, wat mij aangaat, boekdelen. En het zijn dan ook willekeurige boekdelen die, ook nu weer wat mij betreft, deel uitmaken van een ogenschijnlijke keur aan voorbeelden.
Neem nu, van de weeromstuit, een woord als walging.
Het is niet de eerste de beste schrijven waaruit ik iets citeer. Wijlen Gerrit Komrij.
Walging
Van alle kwade sappen is de walging de ultieme vergaarbak. Die bak gist en koekt aan, walmt en borrelt dat horen, zien en ruiken ons vergaan. Een onzindelijke brij. We kunnen op het vel ervan dansen. Een spatader te veel wanneer we, ‘s zomers, op een strand naar zeeen van mensenvlees kijken, een fisteltje extra, hoe onaanzienlijk ook, in het schootsveld van ons oog en de walging breekt baan. Wat daarvoor maar een vlaag van ergernis was, een vleugje esthetisch ongenoegen, een bui van misselijkheid is ineens een laaiende, existentiele weerzin geworden tegen alles wat zich, louter omdat het op twee benen loopt en er geen veren van te plukken vallen, verbeeldt mens te zijn. Ach, aan lelijkheid wen je, maar niet aan het feit dat er nooit een einde aan komt.
Uit: Pek en zwavel, Gerrit Komrij, De Arbeiderspers, 1997.


iGer.nl
Kijk, dat geef ik je te doen! In het kader van die week als eerder naar voren gebracht. Iets omtrent alfabetisering. De anderhalf miljoen laaggeletterden in Nederland. Iets waar onze Laurentien zich druk om maakt. Of mogelijk dik, daar wil ik vanaf wezen. Dat doet er ook niet toe. Neen, ik beroep me dit keer op het fluisterstille van een koe. Een kalf desnoods. Een pink. Een vaars. Maak me niet druk omtrent het aantal magen. Vier in de regel. En het is geen wonder dat sommige mensen die zich aan voedsel te buiten gaan klachten hebben omtrent hun volle pens. Want waar de pens van een koe 120 liter kan bevatten,zal de mens met een volle pens aanmerkelijk minder weten te verstouwen. Naast netmaag, boekmaag en lebmaag weet de koe,mogelijk toch weer door de weeromstuit, niet veel beter te doen dan blijvend te herkauwen. Een prima manier om een groot deel vn de dag verantwoord door te brengen. Vandaar ook vandaag de bijgevoegde plaatjes. En voor zover zij niet kunnen spreken: let op de titel! Dit keer het uitgangspunt…


iGer.nl