warboel

20090611-1244676895N0706friesbrug428

Chaos. Chaos in de zin van het één vliegt door mijn geest en het andere weet het één te achterhalen.
Twee of drie sporen tegelijk en daar ergens tussen in ben ik.
Kijk om me heen en weet de prikkels ternauwernood te achterhalen.
Ik zoek niet eens; ik kom ze tegen. En dat doet wat, met mij.
Maar wat het precies doet…

Ik ben gelukkig! Op mijn manier en geniet hiervan. Het andere moment is daar een gevoel van een zekere droefenis terwijl daar, ogenschijnlijk, geen enkele aanleiding voor bestaat. Want ik heb nog steeds de kans op ontmoetingen.
Die zich dan ook voordoen. Onvoorspelbare ontmoetingen en de samenloop die zich daarbij voordoet.
Met Thomas bijvoorbeeld. Thomas die weigert zich door mij te laten vastleggen. En waar ik graag aan zijn verzoek voldoe. Geen foto van Thomas dus. Wel van zijn omstandigheden. Of wat ik als een symbool van Thomas zie.
Maar zijn wijsheden neem ik gretig tot me.
Zoals ik ook de woorden van Ellen en Marlies tot mij heb genomen. Van hen die reageren.

20090611-1244677089N0906thomas473

Dan wil ik wel de namen noemen: Trudy, Arthur en Tanja. Het zijn hun vruchten die ik pluk.
Want als vruchten eet ik hun woorden. Alsof ze mij overeind weten te houden. In mijn huidig zijn.
Als regendruppels die momenteel uit de hemel kletteren. Mijn mond wagenwijd open om die smaak te proeven.
De jagende wolken die de verandering aankondigden. De grijze vaart waarmee zij door het luchtruim kruisen.
En een verademing aankondigen. De tranen die ik binnenhoud.
Want dat ik de dingen ietwat anders had voorgesteld… Een amen is hierbij gepast. Het zij zo!

Een mens komt tot een zeker zijn vanuit de elementen die hem of haar worden voorgehouden. De keuzes die ik maak en de verwachtingen die ik daarbij koester. Ook daarin speelt een zekere hoop een rol. Dat het mogelijk zo kan zijn… wat heb ik dan te zeiken. Waar zou ik dan over moeten klagen. Of mij druk over dienen te maken. Veelal gaan de dingen zoals ze gaan.
En komt het woord loslaten nog steeds wat moeizaam over mijn lippen. Zie ik beren die een ander niet ziet. Komen mijn levenslessen mogelijk in een heel ander daglicht te staan. En laat ik graag een wolkje langs de zon heen schuiven. Klaart het in mijn ogen alweer op, als het grijs een tint verschiet.
En laat ik nu het nu en denk dan speels weer aan een straks.
Dat hoekje waar wij een jaar geleden op hadden gehoopt.
Om dan weer terug te kunnen kijken. Naar wat de afgelopen tijd gebracht heeft.

Die blik terug. En daarbij mijn verwarring die ik, juist op deze wijze, probeer te delen.
Ik schrijf het naar de ander toe en daardoor van mij af. Tenminste, met die illusie wandel ik door.
Met die gedachten probeer ik zaken te plaatsen en verdring ik een deel van dat mens zijn.
Mijn mens zijn als mens van alledag. Want dit te zeggen is één ding dit te ervaren een ander.

Het is niet direct een ‘ik doe wat ik doe’ met in mijn achterhoofd die andere woorden van Astrid Nijgh.
Maar toch zingen ze ergens. Want ik vraag me tegelijkertijd ook weer af. Het is als een jojo.
En geregeld ook een diabolo. Het juichende draad wat mij toch weer heen en weer weet te zwiepen.
Los van alles en weten dat de draad daar ergens onder mij vertoeft.
Als dat vangnet. Overgeven aan de handen en de zekerheid van de ander.
De niet nader genoemde. De vanzelfsprekende. Ria.

Die ruimte biedt. Die mij juist de mogelijkheid biedt te zijn wie ik ben.
Al weet ik zelf niet goed wat daarvan te denken.
Omdat ik wel delen van mezelf ken maar mezelf eigenlijk niet ken.
Ook nog steeds van mezelf sta te kijken. Juist door de omstandigheid.
Of door omstandigheden. Omstandig heden.

Lastig af en toe. Want dan verwar ik weer bepaalde voornemens met uitspraken die ik ooit heb gedaan.
En betrap me regelmatig op het gebruik van de woorden: ‘dat weet ik niet.’
En dat maakt het nog een keer zo lastig.
Is het een gebrek aan interesse, een minder bij de zaken betrokken zijn of een poging om juist
dat carpe diem van een inhoud te voorzien”

Ooit schreef ik een stuk. De titel was: ‘Vooruit, een terugblik.’
Toen ik het terug las kwamen de woorden die daarin stonden me vaag bekend voor.
Tot ik mijn naam aan het eind van dat stuk vond. Als een buitenstaander mijn eigen binnenste las.
En een stukje van mezelf kon gaan plaatsen. Zoals ik allerlei andere stukjes dien te plaatsen.
Mogelijk dat ook die stoel van deze week daar een rol in is gaan spelen.
Want het is een stoel die aan het denken zet. En dan kun je er ook nog op gaan zitten!

Na chaos komt ordening. Wijze woorden.
Gelukkig door een ander bedacht zodat ik er geen patent op hoef aan te vragen.
Alsof ik dat van plan was…
Nu vrijdag is er een re”nie. Een gezellige bijeenkomst van mensen die elkaar van vroeger kennen.
Vanwege een honderdjarig bestaan. Duin & Bosch & Dijk & Duin en de Parnassia Bavogroep en de niet gehaalde naamsverandering van de Stolpen. Toen de Reflex nog een blad was voor de toenmalige medewerkers.
Toen het nog een dorp was. Met tweederangs ambtenaren.
Een Provinciaal Ziekenhuis. Waar in financieel opzicht met twee maten gemeten werd.
Toen er een bezetting plaatsvond.
Van Fochteloo. Want daar werkten eersterangs ambtenaren.
Van het PWN. En de medewerkers van Duin & Bosch demonstreerden in het Provinciehuis.
En nu ben ik, in zekere zin, ambtenaar dan wel trendvolger. Verkeer nog steeds bij het ABP.
Maar ook die naam is veranderd. Zoals alles aan verandering onderhevig is.

Vandaar ook dat ik voor vandaag besluit met de woorden van
Lucebert: van teveel spektakel wankel je allicht.
Het geeft wel weer waarmee ik worstel…

ELEMENTEN
van een gelukkig
leven
zijn in deze
korte zin
reeds

weer
gegeven.

20090611-1244676977N1006hangplek545

Dag!