Verweerd


IMG_1358
Geweatherd. Verweerd, vervuild kan ook gebruikt worden. In ieder geval een object dat zich kenmerkt door het gebruik onder alle weersomstandigheden. Waarbij de vervuiler niet altijd aansprakelijk wordt gesteld. Want dat zou nogal makkelijke wezen: de vervuiler betaalt. Groezelig zou ook nog kunnen. En toch heeft dat wel wat. Het heeft dan veel van de schijn dat het gegeven object iets te vertellen heeft. Omtrent zijn afkomst, de inzet, en de reden dat het er zo uitziet zoals het er uitziet. Schoonheid laat zich nu eenmaal niet in een bepaald hokje plaatsen. Veelal is het toch een kwestie van smaak. En dan valt er natuurlijk weer niet over smaak te twisten. Ik heb daar wat mee. Gelijk ik ook nog steeds iets heb met de kastjes van Willem. Het onvolmaakte wat zich daarin manifesteert. Onder de noemer van vergankelijkheid. En het is juist die vergankelijkheid die het voor mij, in zekere zin, zo dierbaar maakt. Lichtelijk emotioneel” Dat zal wel…


IMG_1354
Daar maal ik dit keer niet om. Gelijk ik zo vaak de laatste tijd om weinig dingen maal. Hooguit dat ik in mijn slaap wat lig te tandenknarsen, maar dan houdt het wel op. Eigenlijk ga ik de laatste jaren met een bepaalde regelmaat door het leven. De winterperiode, als eerder naar voren gebracht, zou ik het liefst in een volstrekte winterslaap willen doorbrengen, maar dat is de mens niet gegeven. Toch probeer ik de vierentwintig uur zo aangenaam mogelijk door te brengen: twaalf uur op en twaalf uur neer. Geenszins in gezwinde pas. Maar meer vanuit het gegeven dat een goed boek, een warme onderdeken en de behaaglijkheid van een dekbed een ontspanning teweeg brengt die zowel mijn ziel als mijn zaligheid van een behaaglijkheid voorzien die er niet om liegt. Maar gelijktijdig durf ik te stellen dat een bepaalde mate van luiheid mij ook niet geheel onbekend voorkomt. Maar dit plaats ik het liefst ter zijde.


IMG_1357
Het beeldmateriaal van vandaag dient ter illustratie. Voor wat betreft dat vervuilende, verweerde dan wel geweatherde aspect. Gelijktijdig dient het in zekere mate als metafoor: hoe zie ik mezelf op dit moment” En ik kan er niet onderuit dat een mate van vagebonderij, van landloperigheid dan wel iets dat neigt naar een zwerveriaans accent mij wel aanspreekt. Een vorm van zijn die de schijn ophoudt. De schijn van dat jochie dat ik ooit was. Aan het spelen in die buurt in Oud-Overdie. Dewelke zich toen juist kenmerkte door het feite dat die woningen van net na de oorlog waren. En dat het een gunst betrof wanneer zo’n woning werd toegewezen. Aan ons gezin. Toen, ergens in de begin jaren vijftig. Dat jochie dat weleens de muur vol teerde. Een vorm van graffiti die niet op prijs werd gesteld. Een jochie dat een appeltje pikte van de kar van de groenteboer en door zijn vader werd betrapt. Een jochie dat in de zomer met veel plezier een waterballet mocht meemaken toen een waterleiding onder het trottoir het begaf. De hele straat blank kwam te staan. In een tijd dat de PTT nog tentjes plaatste. Toen PTT wel eens werd gekoppeld aan het ambtenaarschap. Putje graven, Tentje zetten, Tukkie doen. Maar er werd gewerkt. De Postbode die zich van zijn belangrijke taak wist te kwijten, de verantwoordelijkheid ten aanzien van de bezorging, het vertrouwen dat geenszins werd beschaamd. Misschien nog wel eens op een enkele uitzondering na. Loon dat in bruine zakjes werd uitgekeerd, een periode waar geen girorekening aan te pas kwam. Klinkklare, keiharde guldens en knisperende bankbiljetten. De huur die werd betaald, de man van het ‘dooienfonds’ die kwam incasseren, en niet te vergeten: de leesportefeuille. De Robbedoes, De lach, Margriet dan wel de Libelle, Panorama en nog wat andere bladen. En de weken dat wij achterliepen. Waar Harrie Jekkers in zijn show ‘De Lachende Piccolo’ op een onnavolgbare wijze de draak mee steekt.


IMG_1359
Waar het vandaag om draait is simpelweg het verval. Het verval in tijd en omstandigheid. Want vandaag kwam ook het bericht dat Oom Gert is overleden. Oom Gert die plannen had om de honderd ruim te passeren. Hij mocht negentig jaar worden. Een gegeven. En juist dat gegeven draagt dan weer zorg voor de relativiteit. En met die relativiteit leef ik niet alleen. Gelukkig! Want dit delen gaat mij makkelijk af! En jou”!