Verstommen

Lange, lege gangen, holle, hoge zalen, een enkel bed, een omgevallen kast, een nachtspiegel, omgekeerd, een verlaten kledingstuk. Een broek misschien” Een rok” Een ochtendjas” En voor de rest” Helemaal niets. Toch was dit ooit een plek waar stemmen zich roerden, waar mensen bewogen, waar therapie werd bedreven. Met een intentie, met de zorgzaamheid van toen. Nu is slechts het wachten op de sloper, de kogel, dan wel machines die de resten tegen de grond zullen gooien. Vrachtwagens die het puin zullen afvoeren. Herinneringen die zullen vervagen, voor zij in de eeuwigheid verdwijnen. Zonder een enkel spoor achter te laten.


iGer.nl
Bedacht ik vannacht. Voor ik ging slapen. Vraag mij niet naar het hoe laat staan naar het waarom. Want daar zou ik geen antwoord op weten te geven. Ik zou dat zelfs niet willen weten. Toch had ik even de vrees, deze zinnen te vergeten. Maar ze kwamen terug. Ik had ze even opgeborgen, geparkeerd in zekere zin. Vanwege de mogelijke associaties die ik, korteling geleden onbewust heb ondergaan. Van beelden in de beelden in de tijd, van beelden uit mijn verleden. Van alles wat het onderscheid, tussen heden en verleden. Vreemd in bepaalde zin, bekend in anderzijds. Bedenk ik nu.


iGer.nl
Gedachten. Ik raak ze op het spoor, vertoef daar even, voor ik mijn weg vervolg. De naaktheid van een gang, de hoogte van een ruimte, waarin ik, verdwaald in een onbestendig zijn, gelijk bewust ben van mijn zijn. De paradox van het moment niet uit de weg ga, de angst die dit oproept en gelijk het vertrouwen dat ik heb. Die dubbelheid. Die onduidelijkheid die toch te duiden valt. Door naar woorden te gaan zoeken, door juist die zinnen te beschrijven die, door hun beperktheid, de zaken in een ander daglicht zouden kunnen zetten, dit dan toch niet doen. De verwarring. De onzekerheid. De grip die ik dreig te verliezen. Het evenwicht wat is verstoord. En alles wat met alles samenhangt.


iGer.nl
Panta Rhei. Alles stroomt in toenemende mate. Het inzicht wat met deze woorden gepaard gaat. Want inzicht lijkt het sleutelwoord. Maar is dit ook wel zo” Ik blijf het me afvragen. Of dien ik me er stomweg bij neer te leggen” Vragen uit de weg te gaan” Mijn treden te staken” Een trap.
Waar leidt deze toe” Een ander uitzicht” Een veranderd inzicht” Moet ik na het klimmen weer gaan dalen” Of kan ik daar een tijdlang verwijlen” Me overgeven aan het niets” Sta ik daar alleen” Of komen er na mij nog anderen” Is het de stilte die mij overvalt” Mijn ademhaling dit keer een verademing” Wil ik dit wel weten” En als ik dit dan weet, kan ik daar dan verder mee” Woorden.
Nu houd ik wel van woorden. Nu weet ik wel dat woorden een mogelijkheid bieden om mij te verstaan. Zonder dat ik geluid maak. Zonder te beseffen dat een mate van naaktheid zich voordoet. Ik ontdek dat achter die naaktheid mijn zijn schuilgaat. Mijn onnavolgbaarheid zich manifesteert. Ik niet beter weet te doen dan mij daarbij neer te leggen. Hetgeen een mate van rust tot gevolg kan hebben. Ik mij die rust, op dit moment, wel zou gunnen maar de omstandigheid dit niet toelaat. Slang en staart als het ware in de weg staan. De cirkel weer eens vicieus blijkt te zijn. Ik weer dat bed zie: een enkel kaal bed. Wit, waar op verschillende plekken het metaal zijn deel opeist. Een bed met een verleden: een bed die de gramstorigheid van de tijd met zich meedraagt. Waar matrassen zijn versleten, lakens zijn vervuild en wollen dekens de verhalen hebben opgezogen. voor zij in de wasserij die verhalen achter zich hebben gelaten. Weggespoeld in het riool. Waar mensen onder lagen, willekeurige mensen met willekeurige wensen, met verlangens die er voor hen toededen. Waar mensen hun laatste adem onder uitbliezen, waar werd gemasturbeerd, waar werd gehaat, gescholden, en liefdevolle woorden werden uitgewisseld. Waar hard werd opgetreden, gevochten, werd geconsumeerd: een enkel hapje, een medicijn, een papje.


iGer.nl
Verslingerd. Mijn heden in het verleden, mijn stappen met verleden in het heden. Een gang. Een nieuw gebouw. Wat buizen die zich aan het plafond wagen. Een deur die de doorgang blokkeert: de sleutels die zijn verdwenen. Niemand die reageert op mijn kloppen, mijn bonken, mijn schreeuwen. Alleen: witte muren om mij heen waarin mijn woorden verstommen. Muren zuigen mijn zijn in zich op: een enkele ongerechtigheid geeft de plek aan waar ik ben verstomd.


iGer.nl