Vandaag

Zondag, 14 april 2013.
Ook dat is kunst. De indruk wekken dat je iets te vertellen hebt en het daarbij laten. De kunst van het ongezegde in woorden gevangen. Door te doen alsof juist het gebruik van die woorden en de hang naar de feiten zodanig onder de aandacht te brengen, dat er eigenlijk niets te melden valt. Dat neem ik me voor. En met goede voornemens in de maand april is niets mis stel ik me voor. Hoe anders zou dit zijn als de maand december zich weer voordoet. Of de maand januari, waarin het sprokkelen zou kunnen worden. De patronen van een nieuw jaar zich weer in datzelfde jasje laten hijsen. Gelijk de weken zich weer in maanden gaan hullen. Er reikhalzend wordt uitgezien naar de zomer. Het vakantiegeld dat binnenvloeit. En de snelheid waarmee dit weer verdwijnt. Het terrasje dat wordt gepikt. En de vorkjes die buiten worden meegeprikt. De houtgeuren die de tuinen veroveren. En de aanbiedingen die zich dan weer voordoen. De verhogingen die zich ‘sneaky’ hebben voorgedaan. En de illusie dat er geen man overboord is als de rente voor het even rood staan zich in klinkende euro’s laten afschrijven. Want afschrijven is de sport waar banken zich onschuldig schuldig aan maken. Vanuit dat discutabele verleden. Toen het juist heel goed was om rood te staan en de meest onmogelijke leningen aan de man werden gebracht. Waar cijfers een substantiele rol in speelden. En nog steeds spelen. En in dat spel de winnaar op voorhand bekend was: hoe is het mogelijk dat miljarden van de ene naar de andere pot werden overgeheveld en dat die leenpot binnen de kortste keren weer gevuld werd met lening en boeterente. Je maakt mij nu eenmaal niet wijs dat daar de gemiddelde burger voor heeft moeten boeten. Met euro’s. Want vele kleine beetjes maken die pot gauw groot. Wie is de man die op de kleintjes let” Heeft die nog wel een naam” Of is dat gewoonweg AA” Gelijk die niet bekende alcoholici” Of mogelijk die alcoholica” De overweging voor de zondag. Vandaag dus. En daar laat ik het voor vandaag dan maar weer bij. Wel geschreven maar niets te zeggen. Wie doet mij dit na”