Uitsterven.

Sommigen gaan op hun gevoel af, anderen laten zich leiden door impulsen. Nog weer anderen zijn hun leven lang aan het wikken en wegen om, uiteindelijk, tot een besluit te kunnen komen. En nog weer anderen zijn hun leven lang bezig de tering naar de nering te zetten. Wat heb ik echter van mijn leven gemaakt. Niet altijd bewuste keuzes gemaakt, maar wel een vak geleerd. En van dat uit mijn verleden is ontstaan. Een vak dat toen nog onder de noemer van krankzinnigenverpleging door het leven ging, voor het de omschrijving van psychiatrisch verpleegkundige kreeg. En dan ga ik zo’n kleine vijftig jaar geleden in de tijd terug. Vijftig jaar geleden, een halve eeuw en dan rijst de vraag wat er van dit vak nog rest. Andere tijden vragen immers ander zeden dan wel andere gewoontes. En met die gewoontes kom ik met grote regelmaat tot de ontdekking dat van de inhoud van dat toenmalige vak nog weinig terug te vinden valt. Was het alleen maar door het feit dat de mens die dit vak beoefent zich niet altijd meer bewust is van het feit dat het meest belangrijke therapeutische middel de persoon die dit vak beheerst die persoon zelf betreft. Dat door het vallen en opstaan, de ontdekkingen die die persoon als mens betreft het middel is om in contact te komen met die andere mens, die mens die we voor het gemak maar omschrijven als een psychiatrisch persoon. Een persoon, een mens die eer is dan de diagnose die hem van een stempel heeft voorzien. Waar een DSM omschrijving een richtlijn betreft, ingegeven door de farmaceutische industrie die daar de nodige pillen op los kan laten. Een oud leerling annex vriend doet een stap terug en gaat zich weer opnieuw bekwamen in dat vak. Als verpleegkundige weer op een afdeling zijn kwaliteiten tentoon spreiden. En gebruik gaat maken van de mogelijkheden en de middelen (tools in de huidige tijd) die hem ooit zijn aangereikt in de inservice opleiding die hij volgde op Duin & Bosch in een totaal andere tijd. En het zijn zijn woorden die hij uit de mond van ooit wijlen collega Wim Paymans gisteren naar voren heeft gebracht. Dat de persoon van die psychiatrisch geschoolde verpleegkundige het belangrijkste therapeutische middel zijn. Woorden die uit mijn verleden opdoemen. Woorden die ik ooit van anderen aan anderen heb mogen leren. Woorden die door Kramer in mijn leerboek naar voren zijn gekomen, woorden ook die door Gijs Roodhart in het boek basis psychiatrische verpleegkunde werden gebezigd en dit, tot de dag van vandaag, nog steeds opgeld doet. Maar… er is een maar ontstaan, een hiaat dat tot de dag van vandaag nog steeds van toepassing is, namelijk het feit dat door de breedte van de opleiding tot verpleegkundige zich een grote uitholling overdwars heeft voorgedaan. Toen in 1997 werd besloten om de inservice opleiding onder onderwijs te gaan schuiven door het onderwijs onder te brengen onder een ROC is de eerste uitholling gaan plaatsvinden. Natuurlijk kleefden er vele nadelen aan het inservice onderwijs maar het feit dat juist de praktijk als leerveld werd gebruikt, de ontmoeting zich voordeed op die afdeling en de patient toen duidelijk een centrale plaats innam, was het mogelijk om je als persoon te profileren. En dat is momenteel een zwakte die met het uitsterven van mensen die op dat terrein de mogelijkheid hebben gehad om zich bewust te zijn en te blijven van de vakinhoudelijke kant van dit beroep op termijn met uitsterven zullen worden bedreigd. Dylan sprak daar reeds over: ‘the times they are a changing.’