trofee

Niet verwonderlijk dat ik wat in mijn eigen vergetelheid blijf hangen. Terwijl er ruimschoots voldoende prikkels voorhanden zijn. Neem nu het koffiedrinken met Barth. In die Kiosk in de Mare. Een locatie die wij beiden nog nimmer gefrequenteerd hadden. Waar het langs lopen en de spiegeling waar je dan deelgenoot van wordt, meer dan voldoende afleiding weet te bezorgen dan, zichtbaar voor eenieder, daar koffie te gaan drinken. Toch deden wij dat met volle overtuiging. Konden bijpraten. Omtrent het hoe en waarom van de geneugten des levens. Stil te staan bij de keuze die hij gemaakt heeft en de plannen die voor hem in de schoot der toekomst op hem liggen te wachten. Een project gaan begeleiden in de gemeente Bonaire. De directe invloed van de Wet Big op de hulpverlening aldaar niet alleen als een project gestalte te gaan geven, maar ook alles wat daaraan kan worden gekoppeld mag gaan organiseren. En dat in het jaar waar hij mogelijk Abraham zal gaan ontmoeten. Wat deze uitdaging voor hem betekent. En de waardering die impliciet wordt uitgesproken. Heel anders dan dat schrijnende afscheid van 19 november 2010. Waarbij woorden van dank helaas niet voorradig waren. En waarbij het beter is daar niet te lang bij stil te blijven staan. Ondanks dat het schrijnt. Ondanks dat het, in zekere mate, zorg betrof. En dat de woorden die in lessen te berde worden gebracht, een bepaalde mate van uitholling impliceren. Je het lesje opzegt en daar direct afstand van weet te nemen. Inhoudsloos.


iGer.nl
Toch prikkelt een dag als vandaag voldoende. De zon die schijnt en het voorjaar dat zich opmaakt. En de trofee die voor mij aan betekenis wint. Een trofee als aandenken aan de tijd die steeds verder van mij verwijderd wordt. Een locomotief. Een treintje. Iets wat staat voor alles dat ik achter mij liet. Een aandenken. Een concrete herinnering. Dat heel fysieke. Een ding. Materie. En waar ik niets voor hoef te doen. Slechts de dag na vandaag morgen weer gaan begroeten. Het heeft er veel van dat ik deze winter van mij af wil gaan schudden en zo rap mogelijk wil inruilen voor het voorjaar. De lente die in al zijn of haar uitbundigheid mijn blik zal gaan opeisen. Koning Winter die met gezwinde pas het veld ruimt. Krokussen die zich manifesteren, nadat zij een hele winter lang zich hebben schuilgehouden. En sneeuwklokjes die het leven aan zich voorbij laten gaan. Niet veel meer doen dan de kopjes te laten hangen. Hetgeen het sneeuwklokje typeert.


iGer.nl
Ook vandaag ontkom ik er niet aan om mijn tredmolen weer eens met een bezoek te vereren. Maar dit keer is dat geen bezoeking. Het petje op, de handschoenen aan en de zon in mijn gezicht doen nieuwe vergezichten ontstaan. In die zin dat de natuur zich opmaakt. Het er veel van heeft dat niet alleen de lipstick uit de huls tevoorschijn wordt getoverd, maar dat ook een vleugje parfum door de lucht wordt voortbewogen. Make up de lijnen wat meer accentueert. De mensen wat minder groeven in het gelaat vertonen en dat rimpels lijken te verstrakken. Dit kan echter ook allemaal verbeelding zijn. Want aan mijn fantasie schort het niet. Gelijk ook weer wel. De zwartgalligheid waarmee ik zaken accentueer, is iets wat mij kwalijk kan worden genomen. De humor waarmee mijn gedachten gepaard gaan, niet in dank zal worden afgenomen. En de vraag waar dit alles op gestoeld is of waar dit mogelijk vandaan kan komen, laat ik graag onbeantwoord. Of, als het mij past, geregeld in het midden. De draad die zich laat oppikken doet soms denken aan de draad die uit het labyrinth kon leiden. Waar ik kralen aan kan rijgen. En iedere kraal voor een zegening kan staan. Het juist de zegeningen zijn, die voor een belangrijk deel, het leven bepalen. Hoor ik een vogel twinkeleren. Vergaap mij aan ontluikend groen. Zie elzen die hun meeldraden laten hangen. En krokussen met het hart wijd open. Eenden die hun liefde bedrijven. Een woerd, afwachtend, op de kant. Het blauw dat een enkele wolk vertoont. De zon niet veel beter weet dan te stralen. Vandaag dus. De marktkramen met uitbundige kleuren. De bossen tulpen, die mij aangapen. Mij verwelkomen. Op deze uitgesproken dag.


iGer.nl
Richt ik mijn blik niet alleen op vandaag. Waarop ik foto’s mocht gaan halen. Opdat het morgen weer avond wordt. Het fotocafé wat op mij wacht. De spanning van wederom een opdracht. Waarbij ik op dit moment nog geen idee heb hoe daar invulling aan te geven. De uitdaging waarmee die avond gepaard zal gaan. Omdat ik leef. De bevestiging dat ik besta. In het besef dat het zo voor mij besloten is. Ergens. En geen idee heb hoe dit alles verder zal gaan.
Ik geef me over aan de waan. Mijn waan van alledag. Bouw ik mijn luchtkastelen. Creëer ik bruggen zonder pijlers en laat ik bogen in de lucht hangen. Aan onzichtbare touwen die het vooronderstelde staal weten te vervangen. Alsof de genade God hier een meer dan wezenlijke bijdrage dient te leveren. Gaan mijn gedachten met mij, onderweg, weer aan de loop.


iGer.nl
Ga een boodschap doen. Een pizza voor Ria halen. Want wat te eten blijft, in zekere zin, een dagelijkse opgave. Een uitdagende opgave. En juist die ‘kleine’ dingen geven reden tot bestaan.
Wat doe jij daaraan…”!