Trend

INSTEKEN.
Niet altijd even duidelijk begrepen. Wat insteken” Waar in steken” Wat waar insteken” Dat getik. En dan die kokers. Veelal voorzien van een bloemmotief. Waarschijnlijk dat Janneke daar haar ideeen vandaan heeft. En dan op een derde van die koker een naad. Rammelt wanneer de koker wat heen en weer wordt geschud. Hetgeen mij nieuwsgierig maakt. Naar de inhoud. maar laat zich niet zomaar verleiden. Daar dient de nodige kracht aan gespendeerd te worden. Een wringen tot gevolg. Naalden. Een meervoud van verschillende dikten. Een enkelvoud van een eenling. Met iets wat lijkt op een haak. Geen idee wat daar nu mee te doen. Insteken” Zoals het vroeger misschien werd gedaan. Een kan zeepsop in de nabijheid. Getik. Een constant getik. Een eindeloos getik. Tikkerdetikkerdetik. Herhaling in het kwadraat. Kleuren. Eindeloze kleuren. Restjes die aan elkaar worden geknoopt. En weer dat getik. Ik raak gestoord van dat getik. Getikt!
OMSLAAN.
Wat omslaan” Een bladzijde. Een bladwijzer” Per blad wijzer” Ik sla om. Ik slalom. Ik slalom van hot naar her. Doe dit in een bepaalde houding. Joyeus. Althans, in mijn verbeelding. Ik heet helaas geen Nicolien. Want anders had ik het wel geweten. Ik sla al om. De wind krijgt mij te pakken. Mijn kansen keren, wanneer ik de boei rond. Ik slalom tussen de pylonnen. Ik blijf op mijn qui vive. Reken maar! Nog steeds dat herhaalde getik. Tikkerdetikkerdetik. Gek word ik. Tikkerdetikkerdetik. Krijg de behoefte om wild te gaan plassen. Weer eens wat anders dan die anderen doen. Die denken zeker dat ik gek ben! Nou, mooi niet!
DOORHALEN.
Geregeld. Meer dan geregeld. Toen ik als een jonge god overtuigd was van mijn kunnen. Ik haalde door zoals ik tegenwoordig zelf wordt ingehaald. Ik glijd af omdat mijn helling met groene zeep is ingesmeerd. Of vettigheid. Daar wil ik van af wezen. Dat doorhalen moet welhaast gepaard gaan met een zeker ritme. Anders valt dit niet vol te houden. Er moet een plan aan ten grondslag liggen. Mogelijk dat hier een goddelijke bedoeling achter steekt. Het heeft dan ook veel weg van een wijzing. Een vingerwijzing. Dat is wat ik denk. Ik denk dat ik denk dat ik denk. Maar mijn denken wordt verwoest. Door dat langdurige getik. Dat eindeloze getik. Tikkerdetikkerdetikkerdetikkerdetik. Nog even en ik stik. Neen, dan ga ik liever voor een koord. Met een houten paddenstoel. Rood met zwarte stippen. En koperen spijkertjes. Een gat!
AFLATENGLIJDEN.
Een aflaat halen. Of een aflaat bekomen. Het aflaten weten. Niet altijd even gepast. Kwijtschelding. Penitentie. Toegeven iets gedaan te hebben wat niet geheel in overeenstemming is met wat de regels voorschrijven. Het kan haast niet anders dan dat dit met straffen gepaard gaat. Daar zal men voor boeten. Is het niet op de ene, dan wel op de andere manier. Helaas dient de eerste prent nog uitgedeeld te worden. In tegenstelling tot dat andere. Wildplassen. Neen, geen knoop daarin leggen. Ik kijk wel uit! Straks kun je me bij elkaar vegen op een Spoed Eisende Hulppost. Vanwege geknakte banen. Binnenbanen in mijn geval. En valt mijn geval nog hooguit te reconstrueren. Met een plastiek hier, en een hulpmiddel daar. Ik moet er niet aan denken. Getik. Getikt word ik ervan.
Tikkerdetikkerdetikkerdetikkerdetikkerdetikkerdetikkerdetik. Zolang kan ik het nog even volhouden. Het moet ook niet veel langer duren. Ik ga liever stapelen. De ene idioot op de andere. Van je klits, klets klandere. De ene bil op de andere. Dat liever dan dat getik. Ik raak getikt. Ik haat getikt. En ik kan er niet omheen. Overal om mij heen valt mijn blik op dat getik. Een wurgkoord. Waarmee ik stik. Punniken: mijn ding! Niet tevree: haken okee! Valt er niets te aaien” Naaien!


iGer.nl
Maar wild breien” Ik heb daar zoveel moeite mee!