Theodorus

ACHTER IN

Jouw silhouet

vermengt zich met

mijn schaduw;

te weten dat in het

licht van een verlaten

straatlantaarn

van voor af aan

het mengsel zich

vereeuwigt

in het plaveisel

dat wij achter ons

gelaten

klakken hakken

door

de lege straat.

Het is gewoon werk. Arbeid in zekere zin. Ritueelbegeleider. Iemand die zich bezighoudt om de laatste eer, in zekere zin, hoog te houden.Iemand die van alles regelt. De inleiding, de tussenwerpselen, de woorden in een bepaald kader weet te plaatsen en, als het ware, de verbindende teksten aan elkaar weet te koppelen. Het afscheid van een bepaalde toon weet te voorzien. De woorden uitspreekt die ooit, als gedachten, te berde zijn gebracht. De herinneringen die nog even van een glans worden voorzien. Als het papje waarmee op zondag de bloemkool op tafel verscheen. Of de koppelingen die na 10.000 kilometer totaal waren versleten. De claxon die niet meer te horen valt. De duinen die hun glans verloren. De wind die stroef uit het westen waait.


iGer.nl

Helmen die zich wat heen en weer bewegen. Een ander zou dit wuiven kunnen noemen. In een andere situatie zou het ook wuiven zijn geweest. Nu heeft het geen andere functie dan stil te staan bij dit beeld. En wat datzelfde beeld ooit voor iemand heeft betekend. Iemand van wie afscheid wordt genomen. Iemand die, juist door zijn verscheiden, aan de vooravond staat van die herinnering. Het moment waarop vergeten wordt. Want vergeten raken wij allen. De een wat eerder dan de ander, de een wat later dan een derde. Mogelijk sterft een naam ook uit. Zoals bij ons het geval zal zijn. De Medemblikker tak met die Alkmaarse wortels is slechts nog een beperkt leven beschoren. Maar verdwijnt. Simpelweg weg. Uit.

Het staat er wat cru. Maar het waren juist die gedachten die door mijn hoofd heen spookten. Ome Theo en tante Diny. Vrienden van mijn ouders. Buren uit die andere tijd. Ook zij deelden een deel van hun leven met mijn vader en moeder. Overleefden hen in niet geringe mate. Maar werden ook geconfronteerd met de dood van hun dochter. En dat klopt dan weer niet. De logica van het leven neemt geregeld ook een loopje met datzelfde leven. Er wordt geklopt. Daar is de dood. Net zo simpel. Ook dan is het weer simpelweg weg. De tijd is om.
Of, zoals Elize Broeren ooit sprak in “Waar de wind praat”:

‘Een dikke kus en zand erover,

jouw leven met ons, is nu voorbij.

Duin ik tover zand erover;

zand als binding tussen jou en mij.’

Verdomd mooie woorden. Een laatste groet. En als ik naar die foto van hem kijk, zie ik een stuk jongere uitgave van hem. Een grote man met rood haar en sproeten. Een luide, zware stem. Iemand die je niet zo een, twee, drie op een andere plek zet. En nu die andere plek heeft gevonden. Zoals wij ooit allen die plek zullen vinden. Rust zacht, ome Theo.


iGer.nl