Tegen de wind in pissen!

In grote lijnen wel een idee wat deze dag ons gaat brengen. Maar niet voor wat het weer betreft. Wanneer ik de gordijnen open is het altijd weer de vraag welk wolkendek zich ‘s nachts van het firmament heeft meester gemaakt. Of dat er druppels in de dakgoot klinken, dat de wind in kracht is toegenomen en dat de vooruitzichten voor de komende dagen zich houden aan de voorspellingen die zijn gedaan. Dan kan zelfs een klein land als Nederland nog voor grote verrassingen komen te staan: waar het in een aantal provincies ijzelt, schijnt elders de zon en komt er wat miezerig regenwater naar beneden. Dan is het goed dat er steden bestaan, dan is het ook goed dat daar musea zijn, dat er sprake is van openbaar vervoer en dat, wanneer de kou doordringt tot in het merg er tenten zijn die erwtensoep serveren. Dat de Hollandse pot weer in ere wordt hersteld en dat hutspot afgewisseld met zuurkool en boerenkool door een stevige bruine bonensoep met huisgedraaide balletjes de kapucijners met uitgebakken spek, piccalilly, zilveruitjes en plakjes augurk met rauwe ui zich bekommeren om die inwendige mens. Die niet veel later zijn gassen de wijde wereld in blaast. Toch nog prettig dat daar nog geen belasting op wordt geheven. Methaangassen verliezen allengs terrein, terwijl ook schapen hierdoor als door een turbowind aangedreven, door het drassige weiland banjeren. En steeds maar blijven mekkeren… Gelijk ook wij maar blijven mekkeren. Niet in de laatste plaats omdat dit tegenwoordig bij de Nederlandse cultuur past, maar ook omdat wij, terwijl wij het aan alle kanten goed hebben, nu eenmaal genoegdoening genieten wanneer anderen ons bijvallen. Maar als er dan iemand tegen onze broekspijpen aanplast, dan zijn de rapen gaar. Niet dat dit letterlijk behoeft te geschieden, maar figuurlijk gezien is er nu eenmaal altijd wel wat om over te zeiken. En waar ooit Tilburgers kruikenzeikers werden genoemd, om in hun eerste levensbehoeften te kunnen voorzien, heeft het er tegenwoordig veel van dat iedereen wel wat te zeiken heeft. En ik doe heel hartgrondig mee. Opdat ik mij geen eenling voel: meer een meerling die reeds lang weet dat wanneer je tegen de wind in loopt te zeiken, het je eigen urine is waar je jezelf mee doordrenkt!