Tag: Wassende Water

voor bij het 'wassende water.'

DE TOBBER EN DE BADKUIPSERENADE.

Altijd weer die vragen! Is het dit niet, dan is het dat wel. Is het een net voor elkaar, doemt een andere vraag weer op. Denken en overdenken en zijn gedachten gieren constant door elkaar. Een grote wirwar, een groot labyrint waarin hij constant op zoek is naar de uitgang. Heeft hij net de ene herinnering gelezen, volgt direct daarop een aanmaning. Een gevoel van constant in gebreke zijn en dit ook nog blijven gedurende zijn hele armzalige leven blijft hem achtervolgen. Heeft hij net een lumineus idee gelanceerd, wordt hij door een ander voor het blok gezet. Of gaan anderen er weer met zijn idee vandoor. Hij hobbelt als een paard constant achter zijn eigen wagen aan. Hij denkt te mennen maar het blijven anderen die hem aan hun teugels leiden. Als een stroman die verdwaald is in een veld waar hooguit nog wat vergeten stoppels te vinden zijn. Zelfs vogels schrikken niet meer van hem en het heeft er veel van weg dat slechts kraaien zijn pad volgen. Denken en overdenken en voor hij het goed en wel beseft zijn ook die overdenkingen op de vlucht geraakt. Waar gaat het eigenlijk in het leven over” Waar gaat het in mijn leven over” En wat ben ik waard als ik een vergelijk maak met een ander. Neen, waar anderen reden hebben om in de hemel te vertoeven is zijn leven meer gebaat bij de hel. Zelfs de pillen die hem worden voorgeschreven zijn niet in staat om dat gevoel dat hij heeft wat te verzachten. En wanneer hij droomt zijn het de beren die hem wakker houden, en de slaap die hij zo node heeft wordt hem zelfs onthouden. Het zijn de nachtmerries die hem constant op zijn feilen wijzen. Orkanen die hem laten dwarrelen door zijn universum waar geen ster in te ontdekken valt. Laat staan dat de maan nog enig licht in zijn duisternis weet te brengen. En de zon” Ook daar kan hij geen staat opmaken. Zijn het even geen geldzorgen, dan is daar wel weer een volgende deurwaarder die hem de zoveelste lastgeving onder ogen houdt. Is het dak net gerepareerd, laat het riool het afweten. En wanneer hij zich denkt over te geven aan het warme water, is de boiler leeg, de geiser kapot of geeft de kraan een enkel druppeltje. Wat nu whirlpool” Wat nu badkuip” Wat nu nu het putje van de afvoer verstopt is geraakt” En de loodgieter niet veel eerder tijd heeft dan volgende week. Of mogelijk iets eerder ergens een gaatje ziet” Het gaat dan immer om dat gaatje, dat afvoerputje waarvan hij de illusie heeft dat dan zijn sores zullen verdwijnen. Zelfs de hoop blijkt een illusie te zijn. En altijd weer die vragen. Gek wordt hij ervan, stapelgek. En wanneer anderen een poging doen om hem wat positiefs bij te brengen, dan is daar weer die angst: menen zij het nou of doen ze maar alsof. Van achterdocht bij hem is geen sprake, wanneer anderen wat meewarig knikken slaat bij hem het wantrouwen toe. Ik ben nu eenmaal anders, ben geen doorsnee mens, maar ook bepaald niet zwaarmoedig. Neen, ik heb geen last van zelfmedelijden, hooguit heeft het lot dit voor mij bepaald. Neen, ik draag de last van de wereld niet op mijn schouders, maar dat ik gebukt ga komt omdat ik de neiging vertoon om wat krommer te gaan lopen. Neen, dat heeft niets met mijn leeftijd te maken, hooguit het leven dat ik achter me heb gelaten en het leven dat ik nog meen tegoed te hebben. Hoewel ik denk dat ik mijn tegoeden voor een belangrijk deel reeds heb opgesoupeerd. Neen, ik ben niet pessimistisch, beschouw mezelf meer als een realist. En wanneer die realist in mij zich voor stelt in een kist te liggen, denk ik zelfs dat een grimlach zich rond mijn lippen krult. Ja een grimlach, want voor een glimlach ben ik nu eenmaal niet in de wieg gelegd!


img_5158


img_5179