Tag: Voornemen

voor nemens

Wie kan geen verhaal vertellen” Iedereen, op een aantal na. Ik noem ze niet groepsgewijs omdat dat kunstje aan de huidige telefoon is voorbehouden. Sms in je Bargoense moerstaal…
laat staan dat je de wereld laat weten op welk tijdstip het watercloset zich over jouw uitwerpselen wist te ontfermen. Welke letter je nu weer lukte, nadat je al eerder een figuur sloeg. Een flater van onbesproken betekenis, die dankzij Twitter wereldgeschiedenis weet te schrijven. Want zo gaat het tegenwoordig als de wereld aan een toetsenbord kan worden opgehangen. Zelfs ‘wireless’…


iGer.nl
Vandaag gaat het daar niet over. Vandaag een tweetal pogingen om binnen 150 woorden mijn toekomst vast te leggen. Aan het grabbelen geweest in die ton vol letters. Daar verschillende woorden van weten te maken en het idee te hebben dat het, in zekere zin, wel een beetje is gelukt. Een beetje. Gelijk Teddy Scholten ooit naar de nummer één met stip in het Eurovisie songfestival heeft gebracht. In 1959 nota bene. Toen Marjolijn het levenslicht aanschouwde. Wat blijft er over van de tijd” Een melodie! En ik neurie maar wat mee. Want de woorden” Ach, iets met verliefd!
Opbouw en afbraak gaan veelal hand in hand. Om iets nieuws te beginnen dan wel de dingen te gaan veranderen zal er sprake dienen te zijn van een andere kijk, het hanteren dan een andere omstandigheid wat mogelijk kan leiden tot een ongekende hoedanigheid. De uitdaging die zich voordoet en het loslaten wat daar dan onder verscholen gaat. Kan gaan. Echter meestal niet eerder dan dat daarover is nagedacht. En dat overdenken gaat gepaard met tijd.
Tijd vraagt aandacht. Tijd vraagt in niet geringe mate om een zekere bezorgdheid. Een tijd van komen zie ik veelal weer gaan. Een tijd van vrolijkheid wordt afgewisseld met mistroostigheid. Tijd van weemoed en euvele moed. Tijd van vastberadenheid. Tijd van besluitvorming. Tijd van rijpheid.
Vaak stroomt tijd als water tussen de vingers door. Dat is en blijft een open deur. Maar gelijk een handvol water zich niet laat vangen, laat water zich ook niet bewaren. Het verdampt en gaat op in het grotere geheel. De kringloop die de damp weet op te slubberen. Anders gezegd: opslobbert.


iGer.nl
Het slobborowoskigevoel. Iets wat zich niet laat benoemen maar wat zich mogelijk wel laat doorvoelen. Zoiets waarvan je denkt dat het goede, per definitie discutabel, van een simpele eenvoud kan worden voorzien. Omdat het simpelweg goed is. En wat goed is hoef je alleen maar tot je te nemen. Net zoiets als dat ik mijn huidig winterpetje afneem voor die belangstellenden die hier ook weer enige tijd aan willen spenderen. En dat is slechts een enkeling. Geen enkeling dit keer.
Goed. Het begint met een stukje van 196 woorden. Waarin ik de zaken die mij beroeren probeer te comprimeren. Ik ook nu weer gewezen wordt op het feit dat de beperking die gesteld wordt, mij ook tot een aantal woorden heeft verleid. Het korte wat misschien niet door het krachtige wordt ondervangen. Maar ook dit is niet veel meer dan een pogen. In dat al eerder gestelde kader. 150 woorden. Wat 2011 op voorhand zo bijzonder maakt. Welke hoogte- en dieptepunten liggen er voor u in het verschiet. En dat van die goede voornemens…”!
‘…om daar wat bewuster bij stil te staan. Bij mijn menszijn bedoel ik. Want tenslotte ben ik al een tijd een mens van alledag. Niet dat ik daar constant bij stilsta, maar de berichten in de krant lezend, word ik daar met grote regelmaat mee geconfronteerd. Het iedere dag opnieuw de dag gaan plukken en het blijvend doen van leuke dingen, kent wel degelijk een grens. De grens van de vanzelfsprekendheid. De grens van een bepaalde vorm van verzadiging. En het gegeven dat daardoor dankbaarheid uit het oog verloren gaat. De zegeningen op een rangeerspoor terecht dreigen te komen. En onuitgesproken gedachten de schroothoop op. Het niet zozeer de zwartgalligheid is wat overheerst, maar de realiteit van alledag die voor een belangrijk deel de dag weet te vullen. De krant die mij het nieuws brengt. De kracht van het geschreven woord. De boodschap die gedaan moet worden. De keuze wat op het menu staat. De overvloed die zich in de winkel voordoet. En de mens die het straatjournaal onder mijn aandacht brengt. Mensen dus. Mensen ook van alledag. Mensenkinderen die zich weten te vermaken. In de sneeuw. In de regen. In een plas. In de zon.’
196 woorden…


iGer.nl
‘” om daar wat bewuster bij stil te staan. Bij mijn menszijn bedoel ik. Bij mijn kwetsbaarheid. Een mens van alledag te zijn. En de confrontatie die zich in de krant voordoet. Familieberichten. Het hoogtepunt iedere dag opnieuw de dag te plukken en het blijvend doen van leuke dingen, kent wel degelijk een grens. De grens van de vanzelfsprekendheid. Van verzadiging. Het gegeven dat daardoor dankbaarheid uit het oog verloren gaat. En niet veel later uit het hart. De zegeningen die op een rangeerspoor dreigen terecht te komen. En onuitgesproken gedachten de schroothoop op.
Realisme van alledag. De krant die mij nieuws brengt en de kracht van het geschreven woord. De boodschap die ik doe en de mens die het Straatjournaal onder mijn aandacht brengt. Mensen dus. Ook mensen van alledag. Mensenkinderen die zich weten te vermaken. In de sneeuw. Wind. De regen. Een plas. Maar vooral in de zon!’
150 woorden…
zoiets dus zo ongeveer. Of iets dergelijks waarvan de strekking mogelijk aan de inhoud voorbijgaat. Of omgekeerd desnoods. Onder de noemer: ‘ waar gaan we in het Nieuwe Jaar naar toe”‘


iGer.nl
Een vraag waar Wim Kan reeds lang het antwoord op weet! En ‘Der Rudi’ waarschijnlijk ook…