Tag: VOC

VOC in Haarlem.

Je kunt nu eenmaal niet altijd alles naar jouw hand zetten. Maar daar hebben die twee mastodonten geen boodschap aan. Door elkaars ogen te vermijden, zijn zij in staat om slechts de hand te schudden en gaat de een up, terwijl de ander one down gaat. Of misschien nog wel wat dieper buigt, gezeten op stoelen die het gewicht van de wereld doet kraken. Enge mannen in zekere zin die proberen het achterste van de tong voor zichzelf te houden. En waar de een de achterdocht van de ander weet te bestendigen. Eigenlijk wel een normale menselijke reactie ware het niet dat zij uit zijn op een machtsongelijkheid. Waarbij de een het licht in de ogen van de ander niet gunt, waar verschillen van dag en nacht niet met elkaar te vergelijken zijn en waarbij een derde zich opvallend rustig houdt, mogelijk zijn kansen afwacht om op een ander moment met het wereldwijde bot ervan door te kunnen gaan. Wat is het dan een rijkdom, wanneer je simpel door het leven kan gaan. Je niet drukt hoeft te maken omtrent de wereldproblematiek, je hooguit ergert aan stijgende benzineprijzen, de belastingen die worden verhoogd en de parkeertarieven die de pan uitrijzen. En, wanneer je in je portemonnee kijkt, ontdekt dat het veelal pinbetalingen zijn die ervoor zorgen dat je uiteindelijk toch weer in het rood belandt. Op die manier bijdraagt aan de economie, toch weer besluit om een pilsje te pakken om vervolgens te ontdekken dat ook hier de prijzen navenant zijn gestegen, zodat een tweede pils er even niet inzit. Het glas, de plas en alles dat verandert. Waarbij een volgende variant zich opdringt, dan wel opdrinkt. Niet noemenswaardig, maar ik wil dit toch even gezegd hebben. Gelijk vandaag het voornemen is om naar Haarlem te gaan, een ander moment Marlies een verzoek doet om bijstand, de was aan de droogmolen hangt en de stofzuiger staat te wachten op het moment dat ik daarmee aan de slag ga. Omdat het gisteren ook al iets anders liep dan wij hadden bedacht en vandaag de Flamboyant op het programma staat. Indisch dan wel Indonesisch eten opdat de verloren gegane kolonie toch nog wat in ere wordt gehouden. De Oost, die andere wereld waar wij ooit de Verenigde Oostindische Compagnie naar toe lieten varen, de peper die duur werd betaald en de Sambal Oelek, de Babi Pangang, de sate Kambing als volkseigen voedsel zijn gaan beschouwen. Waarbij Adoe Addy en een gamelanorkest op de achtergrond de weemoed gaan vertolken. Waarbij Tante Lien haar gedachten de vrije loop liet gaan, waar Soerabaja garant stond voor een brandend zand, de Tielman Brothers werden vervangen door Ruud en Riem en Sandra Reemer als een koepoekje werd omschreven, daarom gaan wij vandaag naar Haarlem. Om nog iets van die oude wereld tot ons te kunnen nemen…