Tag: KPN

De Kaap

Het heeft er veel van… maar dat kan allemaal schijn zijn! De schone schijn van het zijn, terwijl het zijn het dit keer af kan laten weten. Vandaar dat ik een voorschot neem, een poging onderneem om dat te continueren wat zich al jarenlang voordoet: de bestendiging van wikswegen. En dat mijn wegen niet altijd te voorspellen zijn, ook daar zal ik geen buil aan vallen, laat staan dat ik me daaraan vertil. Ik moet er niet aan denken door mijn rug te gaan en een belangrijk deel van mijn onafhankelijkheid in te moeten leveren. Neen, voor vandaag stel ik me voor om weer eens wat geschriften van lang geleden te gaan raadplegen. Ik omschreef dit als gedichten maar of het echte gedichten zijn… Laat ik weer eens een poging wagen met de idee dat ze tot ver in de toekomst zullen dragen. Wanneer ik er niet meer ben, tot as ben wedergekeerd en niemand weet dat ik Wik heb gegeten, zullen deze geschriften ergens tussen hier en daar het heelal blijven bestormen. Vandaar voor vandaag de volgende geschriften. Geniet ervan zolang het van KPN nog kan!
HET ZIJ ZO.
De vraag / te zijn / wie je denkt / te zijn /wordt // De vraag / wie ben ik / alomvattend / wordt //
De vraag / waarom / te zijn wie je bent / wordt // De vraag / in waar om / onheus / bejegend; //
Ik ben en met mij / volgen vele’/ vragen /leidend naar / het typisch / te duiden/ fenomeen: //
daarom!
Zo ware daarom onbekend: / zo zij het zo, / voorwaar.
AFRASTERING.
Als apen in een kooi / rommelen ze wat, gedachteloos / op het vroege, jonge voorjaarsgras. //
Een maakt zich los, trekt wat aan / z’n kuierlatten en grommelt in de / richting van de groene afrastering. // Hij brabbelt wat in onverstaanbare / oerklanken komt het onherkenbaar / misvormde broeder” over zijn lippen. // Van enig onderzoek van zijn omgeving /kan geen sprake zijn; het hek de grens / van zijn toelaatbare toestand. //
Reeds slingert de klimop zich rond / een afrasteringspaal, maar deze mogelijke / ontsnapping ontgaat de man. // Met een waggelgang trekt hij zich terug / in zijn leger; op een stoel gezeten wordt / een plaid behoedzaam over zijn knieen gedrapeerd. //
Het rijke voorjaarszonnetje koestert de witte / inrichtingskleur, die zijn beide wangen / met een zachte hand doen blozen. //
Wij vervolgen onze weg, waar dra / het hek ophoudt te bestaan.
Dat het een situatie op Duin & Bosch betreft, behoeft geen twijfel. Dat het hekwerk van zo’n twee meter hoog rond de Kaap stond, ook dat doet er nu niet toe. Dat ik een poging ondernam om juist die situatie te beschrijven…