Tag: Jan

Wederzijds genoegen"!


iGer.nl


iGer.nl! Duidelijk” Niet” !!!!!!!!! Zo dan wel” Geen idee waar dit op slaat, laat staan dat ik een duidelijk idee heb wat mij vandaag te wachten staat. Want hij heeft een bepaalde verhouding met deze stad. Neen, geen haat/liefde verhouding, hooguit dat hij nu voor een bepaalde tijd verlost is van deze stad waar hij een behoorlijk aantal jaren heeft vertoefd. Om daar zijn kwaliteiten als verpleegkundig docent met als aandachtspunt psychiatrie aan anderen over te brengen. Ik heb het over Jan, van een collega gepromoveerd naar een vriend. Waar ik dik en dun voor vele jaren mee weet te delen, waarbij rituelen hoogtij vieren en waar het voorspelbaar is wanneer ik weer eens de tijd vergeet, om weer wat later mijn excuses uit te spreken en zijn uitbrander gelaten over mij heen laat komen. Jan een bijzondere man. Jan die zich nu in de rijen van pensionados bevindt en dat welgevallig over zich heen heeft laten vallen. Jan, de man van de saucijs, met veel mosterd en die zich waagt aan een satekroket van smullers. Een voorbeeldig man. Een man waarmee ik wel kan schrijven maar het lezen aan hem overlaat. Jan, met een bijzondere belangstelling voor landen die voorheen achter het IJzeren gordijn gesloten bleven, maar heel lang geleden er niet tegenop zag om zich juist daar te verpozen. Rusland, Polen en overige landen die ooit de USSR verbonden. Jan, een man ook met een belangstelling voor de fotografie, vooral wanneer dit beelden van desolate bestemmingen betreft. En daar ga ik vandaag mee op stap. Beiden in het bezit van een Museum jaarkaart, dat deuren opent waar een ander een bedrag aan toegang kwijt is. En ik heb hem overgehaald om juist vandaag in A’dam rond te zwalken. Maar of dit geheel naar wederzijds genoegen zal zijn…


iGer.nl


iGer.nl

Jan

Er is altijd wel iets, dat een verhaal in zich bergt. Mijn schrijfsels typeren zich veelal tot niets. En dat is niet alleen mijn beperking, maar ook een constatering dat wat ik te melden heb vaak niet de moeite van het lezen waard is. Gelijk de dagen die zich, in een vloeiende aaneenschakeling, als een kralenketting aaneen weten te rijgen. Toch is het vandaag een bijzondere dag: Jan is jarig. En bij dat feit wil ik toch wel even stilstaan. 57 jaren heeft hij achter de kiezen en staat hij aan de vooravond van zijn achtenvijfstigste levensjaar. Alsof het niets is. Maar eigenlijk is dit dat wel. Een man die nog volop in het werkproces vertoeft, een man die zich maximaal inzet voor het onderwijs dat hij mag verzorgen, een man die garant staat voor integriteit en zo zou ik nog even door kunnen gaan. Maar dan zou Jan het gevoel kunnen krijgen dat ik hem enigszins in de maling neem, want ook een mate van bescheidenheid is hem niet vreemd. En van jennen hebben wij beiden wel wat kaas gegeten!
Vandaag dus even Jan voor het voetlicht halen. Nu weet ik ondertussen wel dat wij een aantal zaken hebben leren delen en delen op zich blijft altijd weer een kunst. Hij heeft bijvoorbeeld niets met het letterkundig museum in Den Haag, waar ik dan weer wel wat mee heb. Hij wenst weinig tot niets met Amsterdam te hebben, maar is wel geneigd om zich voor mij op te offeren. Dat kost wel wat maanden aan soebatten, maar sinds zijn zus de familie heeft genood om in het tassenmuseum niet alleen een brunch maar ook nog een vorm van high tea te genieten, lijken Jan zijn bezwaren wel wat minder. Nu kan ik me ook voorstellen dat hij het vanwege de verjaardag van zijn zus minder bezwaarlijk vond om zich voor deze gelegenheid op te offeren, maar of hij bereid is ook voor mij zo’n offer te brengen durf ik, enigszins, te betwijfelen. Tenslotte was Rotterdam bijkans een mijl te ver…
Toch is het iedere keer weer een genoegen om zo’n dag op stap te gaan. Jan noemde het de laatste keer cultuten en daar heeft het dan ook veel van. Wij cultutten wat af. En in dat cultutten geven wij elkaar zodanig de ruimte dat hij reeds een saucijzenbroodje kan verorberen, terwijl ik nog ergens onderweg ben om de nodige plaatjes van het een dan wel het ander te gaan schieten. Illustere plaatjes. In die zin dat het abstracte mij wel ligt en dat de symmetrie vaak ver te zoeken is. Juist door het feit dat mijn toestel vele beperkingen in zich bergt. Daar houd ik nu eenmaal van. Ik ben er immers de man niet naar die met gehop in photoshop de dingen naar zijn hand wenst te zetten. Beter slecht geschoten dan horizontaal uitgelijnd. Want ook aan de horizon durf ik, met een zekere regelmaat, omslachtig te twijfelen. Van mij hoeft het niet allemaal zo rechtlijnig.
Dat is dan weer in regelrechte tegenspraak met de voorspelbaarheid wat onze cultutten dagen kenmerkt: deze staan stijf van de rituelen. Van de hapjes en de drankjes, het rokertje dan wel de afronding bij Pizza di Mamma. Hooguit dat enige drukte elders wat roet in het eten kan gooien, maar zelfs daarin zijn wij een bewonderenswaardig stel. Een voorbeeldig stel in zekere zin. Gelijk het vervoer dat door Jan in hoge mate op prijs wordt gesteld. Van Alkmaar naar Haarlem begeef ik mij onder het gepeupel, vanaf Haarlem veelal het vervoer per eerste klasse. Een luxe die ik tegenwoordig als vanzelfsprekend heb leren aanvaarden. Het overkomt ons met een bepaalde regelmaat dat wij in de avondspits weer richting Haarlem koersen. En ook die regelmaat past ons gelijk een handschoen. Het gaat dus vandaag weer eens over niets. Hooguit het gegeven dat ik wat langer stilsta bij het feit dat Jan zijn verjaardag, wat mij betreft, enige aandacht mocht hebben. Een lang zal hij leven is hem van harte gegund, maar hoe lang nog te leven zal gelijktijdig wel een vraagteken zijn. Want met een toenemende leeftijd raakt ook die dag nakende. En in dat licht van ooit nakend geboren, zal ook zijn levenslicht op een dag tot zwijgen worden gebracht. Alles is immers relatief. Maar dat hoef ik Jan niet te vertellen…


iGer.nl

welzijn/kater

Als het de tweede van de vierde van het jaar tweeduizendenelf is, kan het haast niet anders dan dat waar elfen en trollen het leven van de mens weten te veraangenamen (hoewel trollen…”!), ik niet anders kan doen dan dat ik knollen voor citroenen houd. Zoals ik wel vaker in staat ben om het nuttige van het aangename te gaan scheiden. Want zie dit als een uitlaatklep. Een uitlaatklep in de zin dat het mij aan de ene kant ontlast, de andere kant in bepaalde mate belast. Om naar teksten te gaan zoeken. Waar ik regelmatig gebruik van maak, is zaken uit het verleden. Dingen van langer dan eergisteren. Momenten die gepasseerd zijn. Waarbij het de willekeur is, die een rol spelt. Waarbij ik de samenloop probeer te be”nvloeden. Naar mijn hand ga zetten. En de persoon aan de ander zijde eigenlijk een beetje op een dwaalspoor probeer te zetten. Gewoon, in bepaalde mate, de kluit probeer te belazeren. De tijd te vullen en de pagina te laten voor wat ze is. Niet meer dan een pagina. En momenten. Te gedenken. Herdenken in die bepaalde zin. Bij deze.
Wat woorden speciaal aan Agatha gewijd. Omdat wij elkaar ooit in de Cantina mochten treffen. En dat bekende verhaal: ‘waar kennen wij elkaar van”!”‘ ‘Je komt me zo bekend voor.’ En het zoeken naar het mogelijk gemeenschappelijke. Duin & Bosch. Van de ene of van de andere kant” Een vraag en een antwoord. En dan een uitwisseling van herinneringen.


iGer.nl
Gelijk het meanderende van een rivier. Op zoek naar de mogelijke delta. Het landerige van een dag. Een zaterdag. De stad in. De wekelijkse boodschappen. Het bedenken van het eten. Niet te uitbundig, maar ook geen doorsnee van de week. Een extraatje. Een gebakje. Een hartig hapje. De aangeklede borrel voor als de visite komt. De kaarten die voor het grijpen liggen. En het vooruitzicht naar de zondag. Uitslapen. De stad in. De eerste zondag van de maand. Dus winkelen. Misschien een terrasje. Het verheugen op een ijsje. Het even niet druk maken. Het verzetten van de zinnen. Strand” Bos” Duin” Een roeiboot huren” Aanleggen bij de Vriendschap in Driehuizen” Pannenkoeken toe” Of wordt het toch weer erwtensoep”
Het doet een beetje aan de lente denken. Het is dan ook lente. De knoppen zijn niet meer tegen te houden. Het tere van de blaadjes. De kleuren die doen denken aan zijde. Aan tovenaars die ‘s nachts aan het schilderen gaan. Of toch kabouters. Elfen. Geenszins trollen. Want die zouden het wat duisterder houden. Misschien in te huren voor de contouren. Een gevoel van welzijn. Een drankje op jouw welzijn. Omdat ze toch”
En wat geluk. Omdat geluk vaak in een heel klein hoekje zit. Of in een groter. Ik niet zo goed weet hoe groot zo’n doel is”


iGer.nl
Vijf dichters droegen ooit hun dichtwerk voor. Gedachten sprongen. Over. De woorden regen zinnen aaneen. En wij zaten en lieten hun stemmen praten. Over de stilte. De sluimering. Nevel. Waas. En tussendoor speelde een troubadour. Neen, geen dwaas met zijn ukelele. Begenadigd bracht hij liederen naar voren. En gaf aan wat woorden ertoe doen en deden. Een schitterend betoog. De zee die ruiste. Maorischelpen illustreerden. De klanken en geruis. De golven die braken. Het strand wat kastelen kraakte”
Ik eindigde ooit met woorden omtrent welzijn, want nietzijn laat zich raden. Ik schrijf ze nu eens in een ander ‘setting’. Geen idee of de intentie dan weer zo overkomt als ik ooit bedacht. Toen ik mij overgaf aan die vloedgolf van gedichten. Ik verstrikt raakte in mijn eigen rijstebrij. Avond aan avond mij overgaf. Aan die tuimelende gedachten. Als tuimelaars door die vloedgolf braken. Mijn pen ternauwernood mijn gedachten konden volgen. En de wijsheid uit de kan vlood. Of liever gezegd de fles. ‘Mocht ik door de drank bezwijken, mocht ik naar de donder gaan, laat dan op mij grafsteen prijken, hij kon niet meer op zijn benen staan…’ of woorden van gelijke strekking. Daarbij de stemmen van Andr” Hazes en Herman Brood en het feest kan niet meer kapot…
Welzijn.
Breeduit dit papier, bevuilend/ wat opkomt is het resultaat/dat dikwijls in het meest/verborgen deel van de mens bestaat/gevecht van iets tot niets/of is dit omgekeerd”//Breed, dik en ongemerkt log/hult mijn geest zich in mistig zwijgen.//de angst voor de leegte vult mij,/overvloedig en zo wordt niets/weer iets, de cirkel rond/en noem ik mij//gezond.


iGer.nl
Ach 2 april, morgen alweer de derde. En mogelijk dat ik dan weer iets dagelijks te vertellen heb.