Tag: God

Kleine, boze & enge mannetjes…

‘Hoe zal God het maken”!’ Bestiert Hij nog steeds Zijn hemelrijk”! Of heeft Hij, uiteindelijk, besloten om de teugels uit handen te geven. Aan die boze, enge mannetjes die, ver buiten zijn bereik, de aarde zijn gaan bestieren. Die niet veel meer proberen te doen dan zijn zetel in te nemen, zijn plaats in het totaal der dingen te gaan veroveren en hun talloze schapen het verkeerde pad te wijzen. En of je nu Chinees bent, Noord-Koreaan dan wel Amerikaan wanneer het gaat om de macht, worden al die kleine, enge mannetjes elkaars gelijke. Neen, wij waren beter af met die ene, die steeds van naam verandert, die steeds van plaats wisselt en die, ondanks alle technologie, zich nog steeds onzichtbaar weet te houden. Het zou mij niet verbazen wanneer Hij zich, met het mannetje van de Maan, achter dit hemellichaam koest weet te houden. En wanneer het weer Nieuwe Maan wordt Hij voor even zijn gezicht laat zien. Neen, God is lang niet gek hoewel Kluun het tegengestelde beweert. Hoewel het ook een poging kan zijn om gelovigen uit de tent te lokken, dan wel op of in de kast te jagen. En natuurlijk gaat Kluun op zoek naar de waarheid, de werkelijkheid en komt vanzelfsprekend in aanraking met mensen die ertoe doen. Jammer is alleen dat hij mij heeft overgeslagen om mijn idee naar voren te brengen. Niet dat ik een Goddelijk aanhanger ben maar dat er meer is tussen hemel en aarde, die overtuiging heb ik inmiddels wel en dat de dingen gaan zoals ze gaan, ook dat geeft aan dat er meer is. Anders zouden ze wel anders zijn gegaan, maar ook dat brengt de nodige twijfels met zich mee. En ja, ik kan me vinden in de woorden van Albert Einstein die met een vergelijkbare vraag werd geconfronteerd: ‘De mens ervaart zichzelf, zijn gedachten en gevoelens als iets wat gescheiden is van de rest – een soort optisch bedrog van zijn bewustzijn. Deze waan is een soort gevangenis die ons beperkt tot onze persoonlijke verlangens en tot genegenheid voor slechts een paar mensen. Onze taak moet zijn ons uit deze gevangenis te bevrijden door de kring van ons mededogen uit te breiden en alle levende wezens en de hele natuur in haar schoonheid te omarmen.‘Wijze woorden maar ik vraag me tegelijkertijd af de woorden ook die kleine, boze en enge mannetjes zullen gaan bereiken.

Maurits-thuis

De laatste tijd weinig berichtgeving omtrent het gat. Het heeft er alle schijn van dat God een oogje dichtknijpt, het geheel wat meer op zijn beloop laat en zich heeft overgegeven aan de mensheid sla zodanig om daar een achtertouw in te gaan nemen. Of dat het zo is dat ook Zijn ogen achteruitgaan en dat de verschillende brillenboeren in de rij staan om een volgnummertje in ontvangst te gaan nemen. Waarbij de leus een tweede bril gratis Hem moet gaan overtuigen dat het gevaar nog steeds niet geweken is. Hoewel dat hooguit een speculatie mijnerzijds kan zijn. Of dat de huidige aardbevingen een aankondiging van de aankomende Apocalyps blijkt te zijn geweest. Om maar eens een dwarsstraat te noemen. Zwartgalligheid”! Geenszins! Tenslotte maken wij ons op om weer eens van de aanbieding van Kruidvat te gaan genieten. Om nu dan een zijstraat te gaan benoemen. Waarheen en waarvoor biedt niet altijd de gelegenheid om het waarom van de dingen zichtbaar te maken. Wat dan weer haaks komt te staan op de beelden die ik vandaag aan mijn blog toevertrouw. Want wat zou de koe denken, wanneer deze gelukzalig op een strootje ligt te kauwen. Of wat te denken van de bulloper die zijn stier de horens laat die hem toekomen. Staat dat beest amechtig na te hijgen van de kunsten die met het dekken gepaard gaan” Weer totaal iets anders dan met een rietje de tochtigheid van die koe om te buigen in een genetisch voorspelbare vrucht. Waarbij de hoeveelheid melk op termijn mogelijk een nieuw record aan de boeken weet toe te voegen. God heeft het dezer dagen zwaar, zeer zwaar. Wanneer hij net overleg heeft gehad met zijn andere religieuze collega’s, van plan is om ook een soort van Verenigde Naties in het leven te gaan roepen, wordt Hij wederom in verlegenheid gebracht door zaken die ook nog even zijn aandacht dienen te krijgen. De opwarming, de ijsschotsen die breken, de stijging van het water en gelijkertijd het ontbreken van drinkwater waardoor uitdroging dreigt en de mensheid wordt gedecimeerd. Hoewel er alles aan wordt gedaan om dit zoveel mogelijk in bepaalde landen te beperken en de Paus onverminderd doorgaat om zijn zegeningen over de mensheid uit te blijven strooien. Hetgeen mij brengt op een aantal beelden dat ik voor morgen op het programma heb staan. Terug in de tijd onder de noemer ‘herinnert u zich deze nog’ dan wel die andere noemer ‘wat geweest is…’ maar voor vandaag genoeg. Veel genoegen met wat beelden van die eerder genoemde stier, wat zicht op de huidige entree van het Mauritshuis dan wel wat flarden die zich in de afgelopen tijd hebben voorgedaan. Zie maar, doe maar en handel daar dan naar!


IMG_1690


IMG_1692


IMG_1696


IMG_1701

God Wik, LEVEN!

Een tunnel. Een lantaarnpaal. Vroeg in de ochtend. Water dat van mij afdruipt. En ik, stinkend als een otter. Maar ik heb het gered! Toch nog het heft in eigen hand kunnen nemen. Mijn tijd is nog niet gekomen: mogelijk een kwestie van uitstel, maar dan nog…
Zit ik op mijn knieen naast een lantaarnpaal. Niet veel later word ik het asfalt gewaar. Rood. Het heeft veel weg van een teken. Want ook het fotocafe stond vandaag in het teken van rood. En dan met name de kracht van rood. Waar ik heerlijk, op mijn manier, mee aan de loop was gegaan. Schrijf ik vandaag, zaterdag, terwijl er andere momenten door mijn kop heen slingeren. Flashbacks. Mijn kop die ik boven water probeer te houden. Mijn handen die, uiteindelijk, grip krijgen op de graspollen. De steun, die mijn rechtervoet onder water vindt, en het klimmen uit die prut. Als een alpinist tegen het talud op kruipen. En het spoor van water en prut dat ik achterlaat. Het overeind zetten van mijn fiets en met een bepaalde moed der wanhoop mijn tocht te vervolgen. Tot…
‘Gaat het meneer”!’, hoor ik ijl mijn richting opkomen. En ik zie een drietal personen die met mobieltjes bezig zijn mijn situatie door te geven aan 112. zij blijven op afstand en flarden van hun informatie dringen ternauwernood tot mij door. Onderwijl blijf ik in de buurt van die lantaarnpaal in dat tunneltje en ben verbaasd wanneer ik, naast de modder en de prut, wat bloed ontwaar. Dat zal wel van mij zijn, dat moet haast wel van mij zijn maar ik zou niet weten waar ik dan verwond ben. Pijn heb ik nergens; laat staan dat ik me bewust ben dat mijn lichaamstemperatuur al behoorlijk is gekelderd. Desondanks realiseer ik me wel in welk een situatie ik terecht ben gekomen en omschrijf deze simpelweg als ‘kut’. Een andere omschrijving is dit keer uit den boze, wanneer niet veel later (enig besef omtrent tijd heb ik reeds lang niet meer, zowel over hoe lang ik in die prutsloot heb gelegen dan wel het tijdbestek dat ik het talud achter mij heb gelaten, mijn fiets heb gepakt en op weg naar huis ben gegaan), maar in deze gegeven omstandigheid kijk ik op naar de man in dat geel/blauwe pak die mij vraagt hoe het met mij gaat. Dit keer komt er geen ‘goed’ over mijn lippen; daar is deze situatie dit keer absoluut niet naar. Zelfs dat besef dringt tot mij door gelijk het totaal der dingen dit keer levensbepalend blijkt te zijn. Althans, dat bedenk ik wanneer ik met behulp van het ambulancepersoneel in de richting van de brancard loop.
Als een ‘vivere at movere’ op zijn plaats is, dan is het wel dit keer. Niet veel later, liggend op een brancard in die ambulance, word ik ontdaan van mijn doorweekte kledingstukken en in mijn onderbroek in de folie gewikkeld. Onderwijl stelt de verpleegkundige mij vragen, word ik van een infuus voorzien en besef dat ik uitsluitend aan het rillen ben, terwijl ik mijn blik richt op het plafond van die ambulance en regelmatig het gezicht van die verpleegkundige zie. Kalende en van een bril voorzien, blijft hij de rust zelve en weet informatie aan mij te ontfutselen. Wel denk ik dat ik wat lallend antwoord geef…
Tot zover voor vandaag. Want ook dit keer gaat het leven door. Mijn leven door en begin ik me ook te realiseren welk een impact dit gebeuren op mijn omgeving heeft. Op Ria, Ellen, Marlies en Sabine, Moeder Corry, zwagers en schoonzusters, vrienden en alle anderen die met een bepaalde regelmaat in mijn nabijheid verkeren. Mensen die ik lief heb, die mij dierbaar zijn, maar waarvan ik niet altijd dit besef realiseer. Omdat mijn leven ogenschijnlijk weer een bepaalde regelmaat, een bepaalde manier van omgaan met mezelf teweeg heeft gebracht. Waarbij ik de dingen weer als normaal ben gaan beschouwen, het ‘carpe diem’ gevoel als uitgangspunt ben gaan beschouwen en het doen van leuke dingen als standaard in mijn leven heb weten te integreren. Waarbij ik me niet altijd bewust ben van het feit dat…
Maar daar wil ik morgen over verhalen! Want toen ik op de Spoed Eisende Hulp en nog weer wat later op de afdeling Neurologie terechtkwam…