Tag: DeLaMar

AKF: Kleinkunst"!


IMG_0636
Het zou een eerbetoon kunnen heten, maar het werd een hommage. Diverse schatplichtigen beklommen het podium en het geheel werd door spreekstalmeesteres Dieuwertje Blok van een aardige voetnoot voorzien. Ik geef het je te doen: de grootMEESTER dit keer in de zaal, ergens op een andere plek die andere grootmeester uit Den Haag en een afgeladen Wim Sonneveld zaal. Hella stralend en Freek niet veel minder. Terwijl de zaal applaudiserend en staand een ovatie brengt, is het die bijzondere grijns (waar Freek een patent op schijnt te hebben) die iets verraad van de gevoelens die hem vanavond waarschijnlijk regelmatig zullen gaan overvallen. Hoewel er moeilijk in de geest van ‘zijn zijn’ zaken zijn voor te stellen en de voorstelling als zodanig ook de nodige aandacht behoeft. En Hella blijft bijkans de hele avond stralen… op een enkel onderonsje na. Maar dat is meer een terzijde, wat zich in de pauze in de Rode Foyer voordoet. Wat een theater, wat een schouwburg en wat een genoegen moet het zijn om hier op te treden. Zo’n 120 man aan personeel is vanavond in touw. Studenten van diverse pluimage, keurig gestoken in het zwart en grijs, de vele portretgalerijen die zich voordoen in gangen die van de ene plek naar de andere plaats leiden, het warme rood dat straalt en de bijzondere lampen die aan het plafond hangen, een grandeur die aan andere tijden doet denken. De hand van de meesteres, in dit geval mevrouw van der Ende, die hier niet zichtbaar haar kijk tentoon spreidt. De eenvoud aan de ene kant en de verantwoorde pronkzucht aan die andere zijde. Eerlijk gezegd, kijk ik voor de voorstelling al mijn ogen uit!


IMG_0700
Een ‘va et vien’, een bonte stoet van Kleinkunstenaars die het podium betreden en aan een ander podiumdier hun kunsten vertonen. De redenen dat Freek een rol in hun bestaan heeft gespeeld, anekdotes die voor zich spreken en de gasten die zich in Freek en Hella’s aandacht mogen koesteren. Het jeugdorkest dat het genoegen smaakt het ‘bal’ te openen en dit doet onder een zeer bezielde dirigent. De muzikanten die straks de diverse artiesten gaan begeleiden, de ingetogen nummers en het Quo Vadis, dit keer naar voren gebracht door een kunstfluiter, een wereldrecord houder. En een gitaar ter versterking. Eric van Muiswinkel, die Vera Mann en het jeugdorkest mag op volgen. En eerlijk gezegd raak ik dan het spoor kwijt, maar Liesbeth die een tekst van Freek vertolkt omtrent haar moeder en haar moederschap, Karin Bloemen met als begeleider haar man, een man die het genoegen heeft op dezelfde dag als Freek (30 augustus wordt hij 70, de man van Karin nog lang niet), en Diewertje die onvermoeibaar doorpraat. Jan Mulder, Reinbert de Leeuw, Herman Finkers, en twee dansers van het Nationaal Ballet, die na de pauze voor een overweldigende entree zorg dragen. Wat woorden, terwijl de avond voortschrijdt, regen de daken teistert en wij, daar binnen in dat theater, geen weet van hebben. Hooguit wanneer de avond ten einde loopt, nadat Brigit Kaandopr voor een uitsmijter van jewelste weet te zorgen. The Nits en Robert Jan Stips en uiteindelijk de meester zelf. Met zijn begeleidingsband NUR. Freek, die van alle markten thuis blijkt te zijn, Freek die de gladiolen dit keer niet in ontvangst neemt, Freek’s zonde zondermeer.


IMG_0740 (1)
En ik” Ik pak de tram op het Leidseplein, een afgeladen tram. En wanneer ik uitstap bij het Centraal Station begint het bijzondere van deze avond pas tot me door te dringen: rij 4, stoel 3 en mijn toestel… ik neem me iets voor. Maar wat ik me voorneem staat in geen verhouding tot de avond die ik mee mocht maken!


IMG_0774

AmRo


iGer.nl
Een ‘lucky shot.’ In opdracht. Of een semi-professionele uitspatting. Laat staan een professionele uitspatting. Gekoppeld aan een naam. Gekoppeld aan een andere, niet geheel onbekende naam. Bijvoorbeeld Janine. Die in haar dankwoord de naam van haar man naar voren brengt. Joop. Dat dan weer gekoppeld aan nog weer een naam. DeLaMar bijvoorbeeld. Of beter gezegd het Nieuwe DeLaMar Theater. Daar dan weer een aantal boeken aan koppelen. Het resultaat daarvan aanschouwen. En door de interviews erachter komen wat de kunstenaar heeft geïnspireerd. Woorden door Arthur Japin aan het geheel toegevoegd ‘et voilà’ een nieuwe kunstwerk is geboren. En ik laat plaatjes aan mijn ogen verschijnen. Beelden die doen denken aan. Mensen. Kinderen. Publiek. Talent. Glamour. Acteurs. Toneel. En namen. Vivianne Sassen, Hans Eijkelboom, Cuny Janssen, Koos Breukel en Erwin Olaf. De volgorde waar ik wat mee aan het stoeien ga. Want stel je nu eens voor dat ik me aan de volgorde in dit magistrale boekwerk houd. Het zou doen denken aan het verloochenen van mijn ziel. Maar dat is gelijktijdig weer wat hoogdravend. Voor een keer maak ik me daar schuldig aan. Nu dus.


iGer.nl
Mooi als mensen instrumenten weten te ontwikkelen waarmee gegoocheld kan gaan worden. Dat is weer eens heel wat ander dan dat je gaat googelen. Of caramboleren. Daar heb ik dan een punt. Want dit laatste woord is weer erkend. Dan voelt dat meteen een stuk beter, of anders gezegd, meer geheeld. Want helen is een menselijke moeite. Een vorm van emotie. Een manier om dingen onder de aandacht te brengen, de zinnen te prikkelen. De mensen die kijken op een andere gedachte te brengen. Of om het karakter van de ander te vangen. Namen dus. Van geenszins willekeurigen. En dat pakt. Dat zal aan het totaal van de roem gekoppeld kunnen worden. Eeuwig. Door de een wat meer dan door de ander. Roem en eindigheid. Naamloze kinderen. Dansen bij Lucia Marthas. Bij de Nationale Balletacademie in Amsterdam.
Of onbekenden. Noem hen publiek. Bij de toppers in Amsterdam Arena. Dance with the kings in Amsterdam. Suikerfeest op de Dam. Tijdens de Ajax bekerfinale voor de Heineken Music Hall. Sensation White. Of tijdens de Gay Pride aan de Amstel. André Rieu.


iGer.nl
En ik deel andere plaatjes. Van die andere stad. Met dat verwoeste hart. En Desiderius. De Maastunnel. En twee keer Rotterdam. Als tegenhanger. Omdat Aboutaleb daar zijn kwaliteiten naar voren brengt. Omdat Pim daar ook furore maakte. Coen Moulijn daar een eigen positie inneemt. Of beter gezegd: innam. Omdat het ook weer naar die fatale datum gaat. Dat moment waarop Rotterdam een brandhaard werd. 14 mei 1940. Waar wij gisteren wandelden. De eerder genoemde Boompjes met de Boeg. Van de waterzijde. Door mijn oog. Van mijn hand.
Niks mis mee! Want als jij weet waar jij staat ben je goed in staat je eigen positie en die van de ander te kunnen bepalen. Maar soms weet ik niet goed meer waar ik sta en wordt het lastig om dan weer een uitspraak te doen. Zoals vandaag. Met de beelden van gisteren. En de boeken die ik mocht ontvangen. Met fotowerk. Waar mijn werk dan weer schril bij afsteekt. Ter illustratie.


iGer.nl
Toch beken ook ik kleur, namelijk mijn eigen kleuring. Mijn impressie. Voor wat dat ook mag zijn. Uit respect met vormen van evenwicht. En ik laat een deel van mijn transparantie zien.
Voor wat dat waard is. Voor wat dat waar is. Voorwaar.