Tag: De Lachende Piccolo

Leesportefeuille

Het is ergens in de jaren vijftig. Opeens lag’ie daar: de leesportefeuille. Een kartonnen omslag rijkelijk voorzien van bladen: voor de man, de vrouw en ook het kind was niet vergeten: de Robbedoes vond direct in mij een fanatiek lezer. De damesbladen hadden niet direct mijn aandacht en voor de herenbladen waren mijn ogen nog niet groot genoeg gegroeid. Neen, de avonturen van Robbedoes en Kwabernoot en met name het avontuur dat zij met de Z van Zwendel beleefden in Zuid Amerika… vervelend was het dan ieder keer weer een week te moeten wachten om het wordt vervolgd tot me te kunnen nemen. Ik kocht ergens in een winkeltje op de Laat voor vijftig cent reeds gelezen boekjes omtrent de avonturen van Kapitein Rob, waarbij het ‘Geheim van de Bosplaat’ de duistere Duitse tijd weer in naar voren werd gebracht. Kick Wilstra een enkele keer en Eric de Noorman bij gelegenheid. Stripboeken, zonder ballonnen maar met de tekst in kaders onder de plaatjes. En ik heb nog steeds een zwak voor stripverhalen: misschien een zonde uit mijn verleden”! Neem nu het geheim van de leesportefeuille, waar Harry Jekkers zo’n geweldige show omheen heeft gebouwd. Het geheim van de lachende piccolo. Nu verraad ik mogelijkerwijze voor een deel zijn show,maar dat moet dan maar.


IMG_5974
‘Vreemd, de leesportefeuille kwam nooit compleet op tafel.’ Op geheimzinnige wijze waren De Lach en de Piccolo eruit verdwenen, terwijl je zeker wist dat die bij het pakket hoorden. Je vader hoorde je er nooit over klagen, zou het hem niet opgevallen zijn” Op de kermis dan maar zo’n pak speelkaarten met blote dames kopen voor een gulden. Een stuk goedkoper dan schieten. Gelukkig kwam er met enige regelmaat een nieuwe Wehkamp catalogus. De jongenskleding was verschrikkelijk, maar daar stonden de verrukkelijke pagina’s met dameslingerie tegenover. Op zeker moment zelfs gevolgd door afbeeldingen van vrouwen die hun gezicht verwenden met een massagestaaf. Dat gaf volop te denken.


IMG_5976
Kruimeltje, Pietje Bell, Dik Trom, Engelandvaarders, Winnetou’s dood en Inspecteur Arglistig, zomaar wat titels uit diezelfde tijd. En Radio Luxemburg die er huilende Mexicaanse honden op na hield… kom er nog eens om!
De leesportefeuille bracht werkelijk voor ieder wat wils en als je veel broertjes had – niet ongebruikelijk in die tijd – moest je er snel bij zijn om als eerste de Sjors (van de Rebellenclun, met Sjimmy die toen voldeed aan het beeld van Zwarte Piet) of de Robbedoes te bemachtigen. Vaak waren het toch al beduimelde exemplaren omdat de portefeuille al drie of vier gastgezinnen achter de rug had. Het leesplezier was er niet minder om, al had de oudere generatie zo zijn bedenkingen. Strips, dat was geen lezen en wijzer werd je er ook niet van. Tijdverspilling!maar het zou nog erger worden. In de late jaren zestig kwamen de Amerikaanse strips opzetten: Spiderman, Superman en Batman.


IMG_5977
Ik kwam in Hoorn een winkel tegen: Strip Speciaal zaak ‘HET GELE TEKEN’ en ik dacht het onmogelijke te vragen: een avontuur van Asterix de Gallier. Wat mij bijgebleven was, dat Asterix in die strip van het kastje naar de muur werd verwezen, vanwege een formulier dat hij aan een desbetreffend loket zou kunnen verkrijgen. Let wel: zou kunnen verkrijgen! Formulier a 38. simpel, heel eenvoudig vooral wanneer dit formulier in het huis dat gek maakt schuil gaat. De titel wist ik niet, maar de omschrijving bleek voldoende te zijn: Asterix verovert Rome. Ooit gratis bij Eppo. Met een kaart waarop een postzegel van 45 cent als frankeerwaarde wordt gevraagd. Ergens uit de jaren zeventig. Ik ben momenteel de trotse bezitter van dit boekwerk. Enigszins beduimeld, mogelijk ietwat verouderd, maar… de leesportefeuille, Robbedoes, Eppo en Asterix, ach… wat heb ik een geluk!


IMG_5979

'That old piano'


iGer.nl
Een zondag als geen andere, was het. Velen maakten gebruik van de mogelijkheid om alle tienen te verzamelen: al was het slechts om dat Ja-woord bevestigd te zien. Buitensporig veel bijzondere ambtenaren van de Burgerlijke Stand die zich geroepen voelden om de plechtigheid van die ambtelijke status te voorzien.
Maar ik las iets geheel anders. ‘Petticoat’
Nederland verzuilt weer, maar gelukkig hebben we de musical ‘Petticoat’ nog. Niet dat deze heerlijke Hollandse show over een meisje uit de provincie dat in de grote stad beroemd wil worden, ons land uit zijn geestelijke en politieke crisis zal trekken. Wel stemt ‘Petticoat’ tot nadenken. Het verhaal speelt in de jaren vijftig, waarvan wordt gezegd dat die saai waren en stonken naar spruitjes. Onzin. Spruitjes zijn lekker en gezond en de titel ‘Petticoat’ staat voor de manier waarop ik die tijd heb ervaren. Een petticoat was immers een luchtig jurkje in zonnige kleuren, zoals roze en hemelsblauw. Voor de liefhebbers: korenbloemblauw. Kleuren van de grote verwachting. Heerlijke, blije, open naam voor een musical die laat zien wat ik zo kenmerkend en ook prettig vond van die tijd: een haast kinderlijk onschuldig optimisme.
De oorlog was voorbij en alles zou alleen maar beter worden. Een grandioze zomer kondigde zich aan. Het was een voorrecht om toen te mogen opgroeien.
Hier en daar gingen voorzichtig de vensters open en in het land ‘waar zelfs de bomen worden geknot’ waaide opeens een frisse wind door de traditionele Hollandse geest. Soms iets te fris, waardoor er ook wel eens iets moois verloren ging, maar die wind deed wel de geestelijke en politieke verzuiling verwaaien. ‘Petticoat’ is een musical van nu over die tijd van toen. Daarom kreeg choreograaf Anthony van Laast tijdens de repetities de vraag of er wellicht in de jaren vijftig anders werd gedanst. “Ja”, zei Anthony. “Toen dansten de mensen nog samen, maar later wilde iedereen in z’n eentje dansen, ofschoon niemand wist hoe dat moest.”
De verandering van de tijdgeest had hij niet beter kunnen uitleggen. We willen wel op ons zelf zijn, maar kunnen we dat” Misschien moeten we maar weer eens proberen samen te dansen. Samen ‘a la recherche du temps perdu’, toen er samen werd opgebouwd met geloof in elkaar en met de blik door het open venster op een wereld zonder zuilen.


iGer.nl
Prachtige woorden van Hans Visser dit keer. Iemand die ik, in dit moment de moeite waard vind om te gaan citeren. Want het zijn juist de woorden die getuigen van mijn kinderlijk onschuldig optimisme, wat mij doen terugverlangen naar juist die tijd. Waarop naar hartenlust op straat gespeeld kon worden. Waarin een waterleiding knapte en de hele straat, met zomers geklede kinderen, door het wegvloeiende drinkwater banjerde. Waarin de PTT nog schuil ging in een eigen tentje. Waar de geur van teer voor een bijzondere lucht zorgdroeg. En waar stopverf nog een belangrijke rol speelde, als er een ruit vervangen moest worden. Je met een vergrootglas een stukje mica in brand stak. En waar de keuze welke groente er op tafel diende te komen werd ondervangen door het radioprogramma van de groenteman: ‘ja, ja, ja, wat zullen we eten” Ja, ja, ja, wie kan dat weten” Wie is de man die ons dat zeggen kan…”! De groenteman, cha, cha, cha.’
Waarin Ida de Leeuw-van Rees de dames die haar op de radio volgden, ontving met de woorden:
‘Goede morgen, dames.’ En het iedere keer opnieuw presteerde om met ‘naald en draad, voor U paraat’ te staan. Waarin Theo Uden Masman aankondigde de volgende week terug te komen en in die week overleed. De ‘Farewell blues’ als afsluiter en de woorden ‘…maar wij komen terug…’

niet in vervulling gingen.

Waar Harrie Jekkers refereert in zijn show ‘De Lachende Piccolo’. De Lach en de Piccolo. Ondeugende blaadjes die zich bevonden in de leesportefeuille. Waar wij thuis ook een abonnement op hadden. En ik de avonturen van Robbedoes en Kwabbernoot en het geheim van de dictator Z (van Zwendel) in volgde. En die bijzondere geur die bij ons in huis hing. De sisalvloerbedekking. De kolenkit naast de kachel. Het petroleumkacheltje wat zich in de keuken bevond. En de penetrante geur als de was weer gedaan werd. De wasketel op het gasfornuis. De geur van groene zeep. Het zakje blauw wat de was witter maakte. De lijnen waar de was aan kwam te hangen. De stok waarmee de lijn wat hoger kwam te hangen…


iGer.nl
Sentimenten” In zekere zin. En de naam Kortekaas” Die kwam ik gisteren tegen. In Castricum. Is eigenlijk een ode aan het verhaal wat Harrie Jekkers in zin show naar voren brengt. Iets over een jochie met rood haar wat Jekkers verleidt te zeggen dat ‘zijn vader roest in de pijp zou hebben gehad.’

TEKORTKOMING

Onbeschrijflijk

dat de ruimte

waarin ik schrijf

zo onbeschrijflijk

verandert

hetgeen

hetzelfde blijft

valt weer

te geven;

nochtans

schieten zintuigen

tekort.


iGer.nl
Ik wou dat… soms zou ik willen, dat… anders was alles anders gaan lopen… en loopt het nu zoals het loopt… maar of dat altijd zo zal blijven lopen”! Een kraan druppelt, een druppel regent in een meer en als het meer is wordt het vloed en als het vloed is, is het zee en als de zee dan zee”n worden, zeven zee”n desnoods… zal ik altijd nog tekort komen… Of schieten misschien”!