Tag: Bert Bunschoten

Nazit…

Kijk, wanneer ik iets doe dat strikt genomen niet is toegestaan, dan neem ik toch de vrijheid om dit vermoedelijke verbod te overtreden. Niet zozeer om daarna goede sier te gaan manen met deze ‘buit’, maar meer om voor de toekomst vast te leggen wat zich eerder heeft voorgedaan. Als bijvoorbeeld de laatste voorstelling van Het Volk, waarbij het vermoeden als een rode draad door de voorstelling was gegaan. En warempel, nadat ik mijn vrijgevestigde HEMA met een bezoek had vereerd, de nodige pecunia met een pin die van pas kwam in het apparaat had gestopt, kwam de voorstelling als zodanig wederom tot leven. Nu ben ik ook nog eens in het gelukkige bezit van het script, hetgeen ervoor zorgt dat ik een totaal beeld kan maken omtrent de inhoud van deze bijzondere uitvoering. Vandaar ook dat ik voor vandaag opteer om de reactie van Bert dit keer integraal te citeren:

‘Dag beste Wik, Zeer veel dank voor je mooie fotoboekje en dito woorden over onze voorstelling. Altijd een genoegen om waardering van de toeschouwer te horen, een van de redenen om dit werk te doen. Vele jaren geleden zei iemand mij ooit tijdens het applaus halen na een voorstelling: “Kijk, daar doe je het nou allemaal voor”! Zit wat in.

Leuk dat je tijdens de nazit kennis kon maken met zoon Floris, eminentie in Assendelft. Vader & zoon zijn beiden podiumkunstenaars, toch heel bijzonder, nietwaar?

We zien elkaar ongetwijfeld weder in De Veste, mijn hartelijke groeten, ook aan Gerda.

Het ga je goed, Bert

p.s.

In de bijlage een vroege versie van ons script. Er is later nog in gesnoeid, maar als basis gebleven.

Daar doe ik het voor, niet alleen in de zaal maar ook voor die nazit. En wanneer je zo nazit als dat wij nazaten, is het juist die nazaat die er nog meer waarde aan wist toe te voegen

mijn God, een slachting! (Bekvechten.)

‘Mijn God, een slachting!’ Maar gelukkig blijft dit beperkt tot tomeloos verbaal geweld. En ook nog eens in een Theater, waarbij de spelers niet veel meer deden dan zich inleven en uitleven. Wat aan geweld via de lippen naar voren komt is direct uit het leven gegrepen. Een familie uitje in zekere zin. Wanneer de naam Kruyver valt weet het aanwezige volk dat Het Volk wederom alle registers heeft opengetrokken. En als Wigbolt, Minke en Karlijn Kruyver zich overgeven aan broer en oom Joep, krijgt Bert Bunschoten de gelegenheid om zich af te zetten tegen deze familie aangelegenheid. Dat doet echter geen recht aan het spel dat opgevoerd wordt, waarbij niet alleen letterlijk wordt gekotst ( met dank aan een koolzuurhoudend blikje) maar ook woordenwisselingen brakend gehoor geven aan het publiek dat voor een deel de herkenbaarheid van het leven voor zich afgespeeld ziet. Wanneer ik in mijn verleden mag teruggrijpen komt een beeld van Farce Majeur spontaan tot leven, waardoor de uit het leven gegrepen scenes wederom tot leven komen. Wat een voorstelling, wat een spel en wat een grote mogelijkheid om onderliggende gevoelens letterlijk over de planken heen te smijten. Of dit nu Eelco betreft (de advocaat van de duivel ten aanzien van de farmaceutische industrie) die constant aan zijn mobiel hangt, de betrokkenheid van Linda met het ongemak dat zich in Afrika voordoet, de vermogensbeheerder Annet dan wel Berry die pogingen onderneemt om de verstoorde harmonie wederom in goede banen te gaan leiden, allen laten tegelijkertijd de schaduwkanten van het mens-zijn naar voren komen. En wanneer de drank, de helderwitte rum die zich ook voordoet in het gebak van appels en peren daar nog een schepje bovenop kan doen, dan raken niet alleen de rapen gaar, maar staan zij zelfs niet meer in voor elkaar. 2 uur lang geboeid zitten kijken naar de schaduwkanten van de mens. Met vlijmscherpe teksten en vilein spel door de spelers. Stemmingswisselingen die een volgend moment worden opgevolgd door pogingen tot verzoening. Een stuk van de Franse schrijfster Yasmina Reza en op film vastgelegd door Poman Polanski onder de titel ” Carnage.’ En om in de stijl van het stuk te blijven het volgende citaat: ‘Kinderen slorpen ons leven op en ondermijnen het aan alle kanten. Kinderen zijn onze ondergang, dat is een wet. Als je die jonge stelletjes lachend het huwelijksbootje in ziet stappen, zeg je bij jezelf: ze hebben geen idee, geen flauw idee. Ze zijn gelukkig, de stakkers. D’r wordt je niks verteld als je eraan begint. Ik heb een maat uit het leger en die krijgt weer een kind bij een nieuwe vlam van ‘m. ik zeg tegen ‘m: een kind op onze leeftijd, je bent knetter! Die tien, vijftien goeie jaren die we nog te gaan hebben voor de kanker of de beroerte toeslaat, ga je toch niet vergallen door een kind”‘
Hetgeen niet onvermeld mag blijven is de reden van dit bekvechten: om een verklaring voor de schadeverzekering op te stellen: de zoon van het ene stel heeft ‘gewapend’ met een stok de zoon van het andere paar twee tanden uitgeslagen. Een uit de hand gelopen kinderruzie, meer is het niet, zo lijken de ouders aanvankelijk overeen te komen…
14 februari (Valentijnsdag) is sinds kort vanuit Amerika tot het Westers gedachtegoed gaan behoren. Overal zijn hartjes te vinden, zoet en zout en kraak noch smaak. En wanneer je dit stuk hebt gezien dan wel in gedachten neemt, kotsend en brakend omtrent de zoetigheid die de mens dankzij een tekort aan kwalijke suikers overkomt, doet dit steeds meer naar andere tijden verlangen!


IMG_0178


IMG_0186


IMG_0190


IMG_0204


IMG_0211


IMG_0237

Het Volk in Dothan

Trek uit die broek! Die broek moet uit! Ontbloot hem tot zijn herdersfluit. Aai, broeders! Om zijn geest wat te verhelderen Zullen wij hem thans doen kelderen. Dien diepe put, daar moet hij in. En stop met janken, ‘t heeft geen zin. Maar in die put word ik verkouden! Ach, broeders, mag ik mijn broek niet houden” ‘t Was een van vadertjes geschenken. Nu uit die broek! Dan kunt ge blootpiels aan hem denken! En dan te bedenken dat deze tekst vrij naar Joost van den Vondel is. Dat een gelouterd gezelschap, zijnde Het Volk, het volk in Dothan verbeeldde. Een driemanschap, te weten Bert Bunschoten, Wigbolt Kruyver en Hans Thissen trok gisteravond alle registers open om ons met een blijde boodschap te gaan vermaken. Hoewel het een wat bijzondere blijde boodschap wordt, wanneer sprake kan zijn van een op handen zijnde broedermoord. En wanneer wij op rij 1 op de stoelen 11, 12 en 13 hebben plaatsgenomen, kan de misplaatste lach en de opgedroogde traan ons geenszins ontgaan. Want dat de heren kunnen spelen, dat hebben zij reeds vele jaren bewezen. Dat Het Volk zich mag verheugen in een vaste schare bewonderaars, ook dat behoeft geenszins onder stoelen en banken te worden geschoven. Daar is in de Kleine Zaal van theater de Vest bijkans geen plaats voor. En wanneer de recensies van NRC als Volkskrant, De Telegraaf en Het Parool (vrij onverveerd) zich respectievelijk als volgt manifesteren, staat mij weinig in de weg dan hun recensies te citeren. (Nota Bene: Vondel schreef in rijen, hetgeen mijn rijmelarij tot op zekere hoogte begrensd…) NRC: ‘In een reeks onweerstaanbaar komische scenes… parodieert Het Volk feilloos een avondje onvervalst schooltoneel.’ de Volkskrant: ‘De mannen van Het Volk laten zien hoe leuk Vondel kan zijn… allemaal perfect en geestig getypeerd. Het Volk in Dothan is leuk en goed gespeeld.’ En hoewel De Telegraaf absoluut niet mijn krant is, luidt hun recensie: ‘Wie Het Volk kent, vermoedt al welke kant dat opgaat: die van de lach… grappige invallen… lachen om de ernst van het theater, kan nooit kwaad.’ Maar mijns inziens slaat met name Het Parool de spijker op de kop: … zowel aandoenlijk als onweerstaanbaar geestig… aangenaam amusement.’


IMG_1084


IMG_1087


IMG_1101


IMG_1131
Te weten dat de heren momenteel waarschijnlijk in Wadway vertoeven, de bakermat in zekere zin van Neerlands Hoop, geeft mij in ieder geval de zekerheid dat, zolang het Bert en Wigbolt nog gegeven is, hun pad te volgen. Dat er in september een voorstelling zal gaan plaatsvinden voor de vrienden van Het Volk, ook daar doe ik bij deze kond van. En dat het geen kinderen zijn die ik tot u laat komen, maar slechts een aantal beelden van deze bijzondere voorstelling, ook daar schroom ik niet om die te laten zien. Bedankt opnieuw Bert, Wigbolt en Hans Thissen die zich op een fenomenale manier heeft ingeleefd om deze voorstelling tot een hoogtepunt te maken. En dat hij zich heeft ingeleefd in de wijze waarop Joep Kruyver zich ooit voor het eerst met dit stuk op de planken heeft gemanifesteerd. Een duidelijk CHAPEAU wat mij betreft voor Hans. Als bibberaar en alcoholicus, als twijfelaar tot het moment dat hij zijn registers opentrok om de Rector (Wigbolt) eens alle hoeken van de kamer te laten zien, de ‘Dictatortaurus Rector’ was magistraal. Maar dat er ook nog een Engel in hem schuilgaat…


IMG_1111


IMG_1114


IMG_1118


IMG_1121


IMG_1129


IMG_1136


IMG_1142


IMG_1157