'streetlife'

Zie mie mun kie. Zie mie. Mun kie! Dan wordt het alweer heel wat anders. Zie mij! Monkie jij! Helemaal anders. En als ik dan oprecht zou zeggen wat ik zag dan is het bijkans banaal: ‘Zie mij, Jaap Aap!’ Althans…
 


iGer.nl
Soms is het heerlijk om de grootst mogelijke onzin op dit scherm te zetten. Het leidt tot nergens maar het leidt wel af. En daardoor leidt het toch ook weer tot ergens. Neem nou de plaatjes die ik schiet. Soms kan ik idyllisch genieten van de lijnen van een gebouw. Soms staan daar idyllische lijnen van modepoppen garant voor. Staan ergens onderin de etalage wat letters. DIOR bijvoorbeeld. En neem ik een foto van een dame die daar, verlekkerd misschien of met een gevoel van teleurstelling, naar staat te kijken. Opvallend dat prijskaartjes ontbreken. Nu gaat het ook niet altijd om dat geld. Maar dat het een niet onbelangrijke rol speelt… Die overtuiging heb ik welzeker.
Dat echtpaar wat een gerbera krijgt aangeboden. Door een bloemenmeisje dat hartstochtelijk de zomer aanprijst. Het brengt niet alleen fleur in de straat, het brengt gelijktijdig ook fleur in het leven. Dat echtpaar dat, van elkaar genietend, een gesprek aangaat. Omtrent de zomer misschien. Of misschien wel omdat zij op die overtuigende manier werden aangesproken. Al jaren uitgepraat zijn. Gelijktijdig voor de resterende tijd tot elkaar veroordeelt. Er nog maar eens de leuke dingen weten uit te halen. Een boodschap doen. Zijn blauwe blazer voor de zoveelste keer aan. Tenslotte resideer je in Den Haag. Geen plaats om te wonen. Meer een verblijfplaats. Vandaar ook dat resideren. De residentiestad. Vol met veronderstelde Haagsche bluf. Opgeklopte eiwitten. Ook dat kan nog weleens verkeren.
 


iGer.nl
Wat ik tegenwoordig doe en wat ik deed zijn werelden die, als het ware, haaks op elkaar zijn komen te staan. Eensklaps is dat afgelopen. Neen, niet afgelopen uit, maar verkeer ik nog steeds in die tussenfase. De fase tussen de laatste klappen van een stervend applaus en het gemurmel waarbij de eerste indrukken worden gedeeld en de zaal wordt verlaten. Schuifelende voetstappen gedempt klinken. Weggevreten door het tapijt. De lampen die onbarmhartig de zaal in schijnlicht zetten. Eenieder zich weer klaarmaakt voor de overgang. Een drankje drinkt in de foyer. Of de studio opzoekt. De jas haalt en vast afrekent om ijlings via de parkeerkelder het pand te verlaten.
 


iGer.nl
Er weer snode plannen worden gesmeed. Maar niet zozeer voor de dag van morgen. Want morgen zal het anders zijn. Want morgen staan de sterren anders. Morgen kan het weer wat zijn. Ja morgen staat zelfs mijn pet nog anders… Ja, morgen…
Ook vandaag ben ik op weg gegaan. De vraag waarom ik schrijf, de reden waarom ik dit mezelf iedere dag opnieuw opleg, kent geen andere reden dan dat ik dit leuk vind. IK VIND DIT LEUK. Het maakt mijn kop leeg en vult gelijktijdig mijn hoofd met andere ideeën. Het is ook iets wat typisch van mij is. Wat bij mij past. En wat mij voldoening geeft. Het praatje en het plaatje. En de wetenschap niet altijd direct te weten waar dit geheel toe leidt. Of het wel ergens toe leidt. En al zou het nergens toe leiden, so what”
 


iGer.nl
Vandaar dat ik wat meer stilsta bij mensen die ik tegenkwam. Want het vraagt een zekere stap om onbekenden vast te leggen. Inbreuk op de privacy als het ware. De persoon van de ander in een onbewaakt ogenblik. De toestemming die achterwege blijft. Want met die toestemming loop ik regelmatig in mijn achterhoofd te worstelen. Bas noemde het ooit ‘streetlife.’

Vandaar vandaag wat ‘streetlife.’ Dit keer alleen maar voor die verandering. Broodnodig!