'Straat USA 1, pratende mannen', by Pauline Bakker

Kijk, wanneer Pauline de courant weer haalt, kan ik verdomd moeilijk achterblijven. Hetgeen ik dan ook maar niet doe! Want het kunstwerk van de maand dat de Kunstuitleen te Alkmaar heeft uitverkoren om als eerste in de reeks ‘kunstwerk van de maand’ 2014 de zinnen van anderen te prikkelen, is getiteld ‘Straat USA1, pratende mannen.’ Pauline heeft iets met Amerika, maar of dit omgekeerd ook het geval is…”!Waarschijnlijk wel, want ik heb begrepen dat zij, met haar werken, de grote oversteek waagt. Wat spreekt mij in haar werken zo aan” Ik zal een poging wagen. Wanneer ik elementen van vervreemding ontdek, zal ik niet de enige zijn. Het verhaal dat haar beelden oproepen is, wat de kunstuitleen betreft, ‘Beeldtaal in Taalbeeld’, hetgeen dan ook weer van toepassing is op dit initiatief. De kijker wordt uitgenodigd om emoties bij pratende mannen, van een inhoud te voorzien. ‘Wat zeggen ze, of wat zeggen ze niet”‘, brengt Ruud Kersten als journalist naar voren. Dat is de ‘trigger’ opdat mijn fantasie met mij aan de loop gaat. Nu heb ik daar, gelukkig, wel vaker last van, maar dan nog blijft het beeld hangen in de taal die ik gebruik om het verhaal te gaan vertellen.

IMG_0019
Daarnaast ervaar ik nog een uitdaging. ‘Een deskundige jury kiest een van de verhalen uit als ‘mooiste, best geslaagde of opvallendste.’ In het midden wordt gelaten uit welke personen deze deskundige jury zal bestaan, maar het heeft ook wel iets wanneer dit onbekenden zijn. Althans voor dit moment. Wat ik echter wel verdomde moedig vind is dat de Kunstuitleen Alkmaar bereid is om de kop uit te steken. Maar ook dat kan de bekoring zijn van een tijd die zich voordoet als een crisis. Recessie maakt mensen creatief en als wij voor een belangrijk deel schapen zijn die over de brug gaan… 

IMG_0020

ONDERWEG.

 Een machtige plek om te sterven!’ Ik kijk hem enigszins verdwaasd aan. Hij moet mijn verwarring wel zien, wanneer ik zeg: ‘man, hoe kun je dat nu zeggen”!’

‘Dat zal ik je vertellen, wanneer je even tijd voor me neemt! Ik heb toch niets meer te verliezen!’ En hij vervolgt met: ‘ik was een jaar of zevenenveertig toen ik mijn vrouw verloor. Toen zij vertrok naar de eeuwige jachtvelden. Zij was Indiaanse. Maar voor zij gereed was voor haar overgang, zijn wij nog een keer naar deze plek gegaan. Ook toen stond de zon zoals deze vandaag ook staat en wij stonden volledig in het zonlicht. Wij hunkerden naar de warmte, de stralen en het was ook het moment waarop een zonnestraal op haar wang terecht kwam. Juist op dat moment liep er een traan over haar wang en als een diamant schitterde zij nog even. Zij gaf aan er klaar voor te zijn.’

‘Maar wat heeft dat met deze plek te maken”‘, vraag ik heel oprecht.

‘Welnu, op deze plek heb ik eigenhandig meegeholpen dit viaduct te bouwen. De vooruitgang laat zich nu eenmaal niet tegenhouden. Waar nu boven ons het verkeer voorbij raast, op jacht naar mogelijk geldelijk gewin, stonden wij stil bij deze grond. Heilige grond van ooit de stam waar mijn vrouw toe behoorde, voor…’

Ik zie een traan over zijn gerimpelde wang heen rollen. ‘En toen…”‘

‘Toen stierf zij in mijn armen…’

Ik zwijg en ben verbijsterd. ‘Zij vond de weg naar haar voorvaderen, en ik bleef verweesd achter.’ Ook hij zwijgt nu en vervolgt even later zijn weg. Maar niet eerder dan dat hij met een knik van zijn hoofd mij een goede dag heeft gewenst.

Het behoeft geen betoog dat ik, wanneer ik dit viaduct passeer, nog regelmatig aan dit moment terugdenk. De man heb ik echter nooit meer mogen ontmoeten.