Stomweg wachten op…

Over het algemeen geef ik de voorkeur aan de tegenstrijdigheid. Dat ontslaat mij van de reactie ‘ja, maar’ of van de ‘nee, mits’. Geen mitsen en maren van mijn zijde, hooguit een tenzij maar ook die reactie is wat discutabel. De paradox, de contradictio in terminus, beide liggen mij aan het hart. Ik houd van voorkeuren, keur deze in de regel niet af, maar wanneer zich ergens een gaatje voordoet, zal ik niet nalaten om die weg te gaan verkennen. Treed buiten de paden wanneer dit mij goed dunkt, kom op mijn stappen terug, wanneer ik ontdek daar een ander mee te kunnen gaan schaden, buig liever dan dat ik barst maar zie ook geregeld kans om water naar de zee te dragen, als ooit Wim T. Schippers dit in de Noordzee deed. Tegenstellingen, het grijze vlak dat het wit verbindt, het zwart dat alle kleur soupeert, om over de eenvoud maar te zwijgen. Ja, ik heb makkelijk praten vanuit de positie waarop ik nu verkeer. Ja, er wordt in bepaalde mate voor mij gezorgd, heb voor het einde van de maand weer voldoende pecunia, geen baas die het ander dan wel het een van mij verwacht, hooguit ben ik verantwoordelijk voor de keuzes die ik maak in mijn rijke bestaan. En ik noem mezelf rijk, omdat ik tot de dag van vandaag nog iedere dag op een voor mij doodgewone manier doorbreng. Waarbij het woord doodgewoon op die tegenstrijdigheid duidt. Maar ook dat behoef ik in dit kader niet verder te verklaren. Natuurlijk ben ik me bewust van het feit dat ik mijn leven rustig als zand tussen mijn vingers weg laat glippen, natuurlijk is er een bepaalde mate van drang die mij dit keer niet dwingend meer voorschrijft om uit iedere dag het maximale te gaan halen, ook ik betrap mij op het gezegde dat na mij rustig de zondvloed mag gaan komen, waardoor mijn ik zich als zodanig in dat ego manifesteert. En natuurlijk had ik vandaag meer naar mijn hand kunnen zetten, heb ik geen excuus van stal gehaald om mijn ledigheid te verantwoorden, leg ik mijn hoofd rustig op het kussen en laat de duivel voor wat deze is en waarschijnlijk ook altijd zal blijven. En wanneer ik straks weer op een oor lig, wanneer deze woorden nog een keer passeren, wanneer ik mij voorneem om de dingen van de nacht die in mijn dromen passeren van een notitie te gaan voorzien… ook dan komt de tegenstrijdigheid weer tevoorschijn en is het stomweg wachten op…