stil staan

20090503-1241383555N0305kunststel1162

De stad in. Geen Razende Roeland die ik hoorde. Noch gezien.
Zo ik iets zag terwijl ik dwaalde. De stad. In al die hoedanigheden.
Huidig heden in relatie tot die hoedanigheden. Een stad. Omringd door land.
Een boek. Verschillende boeken gezien. Over stad en ommeland.
Over monniken. De kasseien van de Munnikenweg.
Die weg gelaten waar die ligt. Tussen Alkmaar en Oudorp.
En over boeren. Kaas. Boerenkaas.
Toen boeren nog aan het boeren waren. Er nog door handgeklap werd geboden.
En na afloop een borrel gedronken. Veelal op de goede afloop.
Zo er sprake van een afloop was. Meestal een begin. Een begin van weer een koe. Het kalven.
Het K.I. station wat een rol kon gaan spelen.
Er geen sprake meer was van een bulloper. Zoals weleer.
De stad. Decentraal aan de rand van een streek.
West Friesland als een uiterste loper. Een uitloper. Een schiereiland.
Als van gisteren. Mijn schiereiland doorsneden. Een Kanaal. In Noord Holland.
Met een Zeglis, Bierkade en een Voormeer.
Geen sprake van een meer. Een meer op afstand. Alkmaarder meer.
En wallenkanten. Waar kant noch wal te raken valt.
Tenminste niet in mijn woorden. Nu.
En toch doe ik weer een poging. Wil ik gaan wijzen. Op dat wat niet te wijzen valt.
Omdat dit reeds bewezen is. Ik nalaat om nog verder naar bewijs te gaan zoeken.
Ik liever wat te raden laat.
Een bord. Aan de muur. Zoals er veel andere muren waren.
Er schoten klonken. Er mensen vielen. Gevallen. Enkelvoudige gevallen.
Er meerdere vielen. Voor volk en vaderland. Fier mei. Vier mei.

20090503-1241383800N1104bierkade

Wat valt te vieren” Neen, vandaag niet.
Opdat wij niet vergeten herdenken wij vier mei.
En vieren fier vijf mei. En sta ik stil bij zes.
Heb ik weer wat te vieren. 62. Ook maar een getal.

En blijft Marlies bij 63 hangen. Om mij te pesten” Nee, want in zekere zin heeft zij gelijk.
Mijn 63e levensjaar begint op 7 mei. Als je het jaar 0 de gelegenheid geeft om mee te doen.
In dit spel van leven. En herinneren. Opdat wij niet vergeten.
Opdat wij even twee minuten stilstaan. Twee minuten waarin de vogels kwinkeleren.
Een verdwaald geluid de stilte verbreekt. Een trompet de toon aangeeft.
Het Wilhelmus plechtig klinkt.
En stemmen weet te weven.
De stad in. De stad uit. Herinner JU!
ik
wijs
en
wees
op een
wezen

wat is
geweest

WEES

De tijd verglijdt aan haar
voorbij, haar tijd is zij
reeds heel lang kwijt
geleden heeft zij niet
haar blik gericht op een
ongekend verleden
last in heden…

20090503-1241383911N0305kunststel1164

Gedenk hen en vergeet hen niet.