stemmen ver stommen

Wacht vergeefs. Weet niet direct waarop of waarom. Wat doet dit er eigenlijk toe” Feitelijk niets. Het doet nergens afbreuk aan laat staan dat zich openbaringen voordoen. Het heeft dan ook weinig om het lijf, terwijl juist dat lijf bepalend is voor het geheel. Wat is dan in Godslieveherensnaam de vraag” Mijn geest die welig tiert” Hoewel van welig tieren op dit moment weinig sprake kan zijn. Blijf dit keer binnen (in mezelf”!) terwijl het buiten regent. Wind wakkert aan en ik staar wat voor me uit. Kom een bundel tegen. Die bundel draagt mijn naam: Willem I.K. Pijper. Willem ik”! Neen, liever ga ik nog steeds voor Wik. En juist die Wik jawel… laat dit keer geen stemmen verstommen: STEMMEN UIT DE RICHTING IN.
O, VER HEEN!
De hoek met raam / fel licht wat gruw het grijs / linoleum versterkt // een man, die hoek / hel van zekerheid, dat raam / ontluistert iedere schakering / ontgaat zijn blik, nietszeggend / gelaat asgrauw, een flinter / zonlicht tracht zijn schaduw / te verdrijven // Vaag doemt de zin in nevel op / – door te leven door te gaan – // ontgaat hem leven volkomen / door gaan levert in de / onpeilbaar begrensde ruimte / kringelt vaag een emotie / niemand die ervaart / niemand die zijn / zijn ervaart, omhelst de oester / koestert een parel zonder glans // zijn partner, misplaat’e schuld / en laat de / verloren ruimte vermeen’t / gemeen / schappelijk beleven van / gister, morgen vandaag // een hand, vol / medicijnen kunnen helpen; mogelijk komt hij er / anders / overheen.
Het bewoog mij toen zoals ooit die beweging bewoog. Ik waag me nog steeds aan de golven want voor strekken ben ik nog niet klaar. Wat eenmaal strekt ligt in de regel stil en wat beweegt golft door het leven. Althans voor dit moment en in het besef van nu in afwachting van een mogelijk straks. Dus zou ik wel kunnen wachten tot het later wordt maar nog liever ben ik voor die tijd gereed. Klaar in dit verhaal zou wat te ultiem kunnen klinken…