Staats(oplicht)loterij

Welke klok het toen betrof en welke haan tegelijkertijd kraaide, ik zou het verdomd niet meer weten. En dat het toen, vanwege die samenloop, ook nog een regenboog onthulde kon het haast niet anders dan dat die pot met goud voor mij bedoeld was. Want zo’n vergissing kon nu eenmaal niet op mijn conto worden bijgeschreven, tenzij ik in het ootje werd genomen, voor gek werd versleten dan wel dat de staatskas met behulp van een staatsruif voldoende van gelden werd voorzien. Ik kreeg een fooi aangeboden van de Staatsloterij, veertig euro cash en een gratis lot als ik van vervolgstappen af zou zien. Maar die veertig euro ben ik al lange tijd kwijt en de kans dat ik alsnog een lot met een bedrag zou ontvangen, die mogelijkheid laat ik aan mij voorbijgaan. Dat de mensen die reeds decennialang hun hoop hebben gevestigd op een prijs uit die loterij, je kunt eigenlijk nog beter de belastingen in een klap gaan betalen opdat je een korting krijgt die de mogelijke rente die je op dat bedrag zou ontvangen teniet doet, dan dat je jezelf wijs maakt dat een keer misschien mogelijk het geluk jou ten goede komt. Want op een totaal van een x aantal loten, mist men twee drie sommen niet. Of liever gezegd: die andere getallen. De kluit belazeren en dan met excuses voor de dag komen en een schijntje terug betalen wat ooit aan extra inkomsten is ontvangen, dat riekt naar een grandioze vorm van belazerelarij. Een woord dat net zo min gangbaar is als wat die Staats in al die jaren heeft weten te continueren. Goedgelovig dien je te zijn want zij die twijfelen, dienen hun goedgelovigheid met het zelfde gemak in te ruilen voor ongelovigheid. Om van vertrouwen maar te zwijgen, laat staan dat deze handreiking gezien kan worden als een gebaar van welwillendheid. Het heeft veel weg van het leven van alledag. Het ene moment ga je ervan uit dat de ander je in het volste vertrouwen neemt, om op een ander moment te ontdekken dat die ander je met open ogen heeft staan belazeren. De waarheid, het leugentje dat dient om de bestwil een verantwoord karakter te geven, laat staan dat je denkt te weten waar de ander staat, je met die ander weet waar je aan toe bent of vervolgens met een onvoorstelbare teleurstelling te worden opgescheept. Ik dacht ermee te gaan stoppen, maar het heeft veel weg van een doos: juist ja, van Pandora. En ach, die boterham die ik een keer minder eet, het beleg dat in de vorm van tevredenheid te vinden valt, het water waarmee ik deze boterham wegspoel, ook dat heeft wel wat. Het doet je beseffen dat de wereld anders in elkaar zit als dat hij had gehoopt. Dat de wereld die je omringt de kleur krijgt die jij (in dit geval ik) daaraan geeft. En dat te constateren zorgt ervoor dat het besef van leven gecontinueerd kan worden, dus… ben ik blij dat ik leef!