Sentimenten

Nasi goreng, bami, saté, neem ook nog een loempia mee… terwijl dit weer meer noodt tot een aanval op de gestampte pot! Althans, het begint er een beetje op te lijken. Koud, hè”  Zou het toch nog winter worden” Verheugen mensen zich op ijs” Worden de schaatsen al uit het vet gehaald” Worden in Friesland de ijsmeesters al wat opgewarmd” De steden wat beter uitgelicht” De Bonkevaart al voorzien van tribunes” Gaat het dan toch gebeuren” Wie zal het zeggen” Ik in ieder geval niet. Want dit is bepaaldelijk niet mijn weer. Altijd wat te zeiken wat dat betreft. Ik heb het dan ook, met grote regelmaat, koud! KOUD! Sinds mijn, je weet wel. En als je het niet weet: sinds juni 2008. Toen mijn interne systeem het een weinig af liet weten. Nou, een substantieel deel van mijn interne systeem. Mijn hart! Sindsdien ben ik een fervent slikker. Van pillen.
Van metoprololtartraat retard en van fosinoprilnatrium/hydrochloorthiazide. Van acenocoumarol. En om 22.00 uur stap ik van de ‘rock & roll’ over naar de simvastatine. Een cholesterol reductie pil. Simpelweg van de ‘rock & roll’ naar de cholesterol. Vrij naar Bonne Zigtema. Zanger van de Bluessix, getroffen door kanker. Keelkanker. Waardoor zijn mogelijkheden ook weer een stuk beperkter zijn geworden. Beperkingen, die mij een groot deel van mijn werkzame leven bespaard zijn gebleven. Dus vooralsnog als zegeningen te boek staan. Het zijn echter niet alleen zegeningen die ik tel. Wel degelijk ben ik mij bewust dat ik drager ben. Niet van een lintje (daar was mijn nut voor het algemeen niet groot genoeg voor, noch voor dat veertig jarig jubileum wat ik in dienst van verschillende werkgevers geldelijk mocht ontvangen) maar wel van een onderhuids toegediend apparaat. De naam ‘Titje’ zal voor de wat langer durende volgers van dit blog niet onbekend zijn.
Het heeft er veel van dat, door wat mij in het verleden is overkomen, een belangrijk deel van mijn voormalige interesses verloren is gegaan. En daar heb ik het af en toe toch wel een beetje moeilijk mee. En dat komt Ria dan weer niet ten goede. Want ik begrijp haar zorg wel. Stel je nu eens voor dat ik er onverwacht tussenuit piep. Zou zomaar kunnen. Dan zadel ik haar op met een erfenis van jaren sparen. De dozen op zolder die wachten om uitgezocht te gaan worden. De weken en maanden die ik in de loop der jaren in speelgoedzaken en beurzen heb doorgebracht. Waar ik al die ladingen  in tassen mee naar huis nam. Eigenlijk meer mee naar huis sleepte. En dat linea recta naar zolder bracht. Het daar weer in dozen onderbracht en er, met de onwillekeur van de tijd, op bepaalde momenten blikken in wierp. Op die manier mijn miniaturen omzette in…
ja, in wat eigenlijk. Zijn het mijn frustraties, die het totaal vertolken” Zijn het mijn teleurstellingen, die ik in materie heb omgezet” Of is het mijn hang naar simpelweg meer geweest” Was ik de directeur van verschillende bedrijven die ik in die miniaturen kwijt kon” Wilde ik wel spelen, zoals ik het kende vanuit mijn verleden” Met die mogelijkheden van toen” Het uitpakken en het weer opbergen” Het naast elkaar zetten van ooit mijn Dinky Toys” Want dat het daar ooit mee begon, kan ik nog steeds niet ontkennen. En dat het mij ook wezenlijk raakt, behoeft ook geen betoog. Sentimenten” Wel zeker! Dit keer geen misschien. Mogelijk dat daar deze zondag voor bedoeld was. Wat teruggaan in mijn sentimenten. Een passende herinnering”