Routing

VERGETELHEID

Nog weet ik nu

dat het gisteren

anders was;

nu weet ik straks

dat ik vandaag

weer ben vergeten.

Verzamelen op het Transvaalplein. Ter nagedachtenis van het Joodse proletariaat van Amsterdam. Ab Caransa.

‘Zes miljoen Joodse slachtoffers in Europa, 105.000 in Nederland; het zijn getallen uit een statistiek geworden, getallen waarbij we ons geen gezichten meer kunnen voorstellen en bovenal getallen die ons dwingen grootschalig te denken. Dit grootschalig denken heeft tot gevolg gehad dat de slachtoffers langzamerhand gedépersonaliseerd zijn.
Ik ben dan ook van mening dat we kleinschaliger zullen moeten gaan denken en hérdenken, zodat de zes miljoen en de 105.000 weer onze buren, onze ouders, onze familieleden en onze vrienden worden. Zo worden het weer onze schoolvriendjes, de mensen uit de jeugdbeweging, onze buurtgenoten uit de Transvaalbuurt.’


iGer.nl
DE LACH VERGING
Daarnaast was er het Theater Desmet. Ze hebben nog veel en hard gelachen. Dat werkte bevrijdend, in bezettingstijd. De Duitsers begrepen die Hollandse humor vaak niet. Het was de zomer van 1940. gloedvol zongen de Duitsers: ‘Wir fahren gegen England.’
Stapt er eentje tijdens een stortbui in Amsterdam op het achterbalkon van een tram. Zegt de conducteur, hem over de natte kraag aaiend: ‘Zo, al terug vader”‘
Het was oorlog, maar de vermakelijkheden gingen door. Zo was er het Beatrixtheater in Amsterdam. Het staat er nog, aan de Plantage Middenlaan, met dezelfde gevel, maar met een andere naam en een gewijzigde bestemming: Desmet. Waar het bestaan er niet vrolijker op geworden was, moest het amusement zo opgewekt mogelijk blijven. Dat was de business van directeur Sellmeijer. Totdat het lachen definitief verging. Ondanks een andere naam:
Sellmeijertheater, Theater van de Lach.


iGer.nl
Sellmeijers theater stond vlak bij dat andere toneelbolwerk: de Hollandsche Schouwburg. Die ging vanaf eind oktober verder als Joodsche Schouwburg, totdat de voorstellingen gestaakt werden. In een nieuw bedrijf van het duivelse treurspel van de vervolgingen waren joden er nog wel welkom. Niet als publiek, maar voor aanstaande deportatie. Dat gebeurde vanaf augustus 1942. het is nog erg vol geworden in deze schouwburg. Tot het bittere einde, tot de leegte na het laatste transport. Toen waren alle doeken dicht op de Plantage Middenlaan. Ook de Duitse officieren moesten hun vermaak elders zoeken.

Uit:

Route ’40 – ’45. Op reis langs het Nederlandse oorlogsverleden.

Jeroen Wielaaert, A.W. Bruna Uitgevers B.V., Utrecht.


iGer.nl
De reden van deze bijdrage” Veertien dagen geleden verkeerde ik met Thom is Amsterdam, vorig weekend was ik te gast in het KZ Dora-Mittelbau. Niet op zoek naar dit donkere verleden werd ik me wel weer bewust van de drama’s die zich hebben afgespeeld. Waar ik me nog weleens voor laat staan een kind van net na de oorlog te zijn (kliekjesdag op zaterdag, je bord leeg eten, levertraan en havermout- dan wel griesmeelpap als verantwoord toetje toe, zaterdag na het klokje van zeven uur naar bed en naar radio Luxemburg proberen te luisteren, etc. en zo verder), ontkom ik er niet aan om bij ons verleden stil te staan. Een verleden dat wij, in zekere zin, steeds meer in de tijd verloren zien gaan. Door mensen die ons voorgaan in het ‘memento mori’ van alledag. Waar we stomweg niet omheen kunnen. Waar ik nog wat foto’s aan toe wil gaan voegen. Een soort ‘gedenk te sterven’ in een overdrachtelijke vorm. Met name stil te staan bij hen die geen naam meer kunnen voeren…


iGer.nl